BWBR0009230
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel § 46
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998
1. Het bepaalde in dit besluit is van toepassing met betrekking tot aangiften en betalingen die betrekking hebben op tijdvakken en tijdstippen die aanvangen onderscheidenlijk liggen op of na 1 januari 1998. Voor aangiften vermogensbelasting vindt dit besluit toepassing met betrekking tot aangiften die betrekking hebben op het tijdvak dat volgt op het in de vorige volzin bedoelde tijdvak.
2. In afwijking van het eerste lid hebben met ingang van 1 januari 1998 onmiddellijke werking:
- de paragrafen 11 tot en met 19 van dit besluit;
- de in paragraaf 24, tweede lid, van dit besluit genoemde strafmaat van 5 procent met een maximum van € 4537 indien wegens grove schuld of opzet niet of niet tijdig betalingen van aangiftebelastingen zijn gedaan over tijdvakken en tijdstippen die eindigen voor 1 januari 1998, terwijl na 1 januari 1998 vrijwillige verbetering heeft plaatsgevonden.
3. Voor het bepalen van het aantal verzuimen als bedoeld in de paragrafen 21en 23 van dit besluit, worden mede in aanmerking genomen, de verzuimen die zijn begaan onder het oude recht.
4. In de gevallen waarin op grond van de voorgaande leden van deze paragraaf dit besluit nog niet van toepassing is, behoudt het Voorschrift administratieve boeten 1993 (regeling van 28 september 1992, Stcrt. 193, laatstelijk gewijzigd bij regeling van 28 maart 1995, Stcrt. 107) zijn werking.
2. In afwijking van het eerste lid hebben met ingang van 1 januari 1998 onmiddellijke werking:
- de paragrafen 11 tot en met 19 van dit besluit;
- de in paragraaf 24, tweede lid, van dit besluit genoemde strafmaat van 5 procent met een maximum van € 4537 indien wegens grove schuld of opzet niet of niet tijdig betalingen van aangiftebelastingen zijn gedaan over tijdvakken en tijdstippen die eindigen voor 1 januari 1998, terwijl na 1 januari 1998 vrijwillige verbetering heeft plaatsgevonden.
3. Voor het bepalen van het aantal verzuimen als bedoeld in de paragrafen 21en 23 van dit besluit, worden mede in aanmerking genomen, de verzuimen die zijn begaan onder het oude recht.
4. In de gevallen waarin op grond van de voorgaande leden van deze paragraaf dit besluit nog niet van toepassing is, behoudt het Voorschrift administratieve boeten 1993 (regeling van 28 september 1992, Stcrt. 193, laatstelijk gewijzigd bij regeling van 28 maart 1995, Stcrt. 107) zijn werking.