BWBR0009230
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel § 41
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998
1. Het niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betalen van de belasting, die op de in artikel 53a van de Wet op de accijnsbepaalde dag op aangifte moet worden voldaan, vormt een verzuim als bedoeld in artikel 67c van de AWR.
2. Het niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betalen van de belasting, die op de in artikel 21 van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere productenbepaalde dag op aangifte moet worden voldaan, vormt een verzuim als bedoeld in artikel 67c van de AWR.
3. Voor de hoogte van de verzuimboete wegens het niet tijdig betalen van de verschuldigde belasting, wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede, derde, respectievelijk vierde/volgend verzuim. In afwijking in zoverre van paragraaf 23van dit besluit, is van een eerste verzuim sprake indien belanghebbende in de periode van twaalf maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop de betaling had moeten plaatsvinden, niet eerder in verzuim is geweest. Van een tweede, derde, respectievelijk vierde/volgend verzuim is sprake indien belanghebbende in die periode van twaalf maanden éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest.
4. In geval van een verzuim wegens het niet tijdig betalen van de verschuldigde belasting, legt de inspecteur bij een eerste verzuim geen boete op. Belanghebbende wordt daarvan een mededeling gezonden. Bij een tweede verzuim legt de inspecteur een boete op van 1 procent van de niet tijdig betaalde belasting, met een maximum van € 907. Bij een derde verzuim legt de inspecteur een boete op van 3 procent van de niet tijdig betaalde belasting, met een maximum van € 1361. Bij een vierde/volgend verzuim legt de inspecteur een boete op van 5 procent van de niet tijdig betaalde belasting, met een maximum van € 2268.
5. Voor de hoogte van de verzuimboete wegens het niet of gedeeltelijk niet betalen van de verschuldigde belasting wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede, derde, vierde, respectievelijk vijfde/volgend verzuim. In afwijking in zoverre van paragraaf 23van dit besluit, is van een eerste verzuim sprake indien belanghebbende in de periode van twaalf maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop de betaling had moeten plaatsvinden, niet eerder in verzuim is geweest. Van een tweede, derde, vierde, respectievelijk vijfde/volgend verzuim is sprake indien belanghebbende in die periode van twaalf maanden éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest.
6. In geval van een verzuim wegens het niet dan wel gedeeltelijk niet betalen van de verschuldigde belasting, legt de inspecteur bij een eerste verzuim een boete op van 1 procent van de niet betaalde belasting, met een maximum van € 1134. Bij een tweede verzuim legt de inspecteur een boete op van 3 procent van de niet betaalde belasting, met een maximum van € 2268. Bij een derde verzuim legt hij een boete op van 5 procent van de niet betaalde belasting, met een maximum van € 4537. Bij een vierde verzuim legt de inspecteur een boete op van 7 procent van de niet betaalde belasting, met een maximum van € 4537. In geval van een vijfde/volgend verzuim legt de inspecteur een boete op van 10% van de niet betaalde belasting, met een maximum van € 4537.
2. Het niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig betalen van de belasting, die op de in artikel 21 van de Wet op de verbruiksbelastingen van alcoholvrije dranken en van enkele andere productenbepaalde dag op aangifte moet worden voldaan, vormt een verzuim als bedoeld in artikel 67c van de AWR.
3. Voor de hoogte van de verzuimboete wegens het niet tijdig betalen van de verschuldigde belasting, wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede, derde, respectievelijk vierde/volgend verzuim. In afwijking in zoverre van paragraaf 23van dit besluit, is van een eerste verzuim sprake indien belanghebbende in de periode van twaalf maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop de betaling had moeten plaatsvinden, niet eerder in verzuim is geweest. Van een tweede, derde, respectievelijk vierde/volgend verzuim is sprake indien belanghebbende in die periode van twaalf maanden éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest.
4. In geval van een verzuim wegens het niet tijdig betalen van de verschuldigde belasting, legt de inspecteur bij een eerste verzuim geen boete op. Belanghebbende wordt daarvan een mededeling gezonden. Bij een tweede verzuim legt de inspecteur een boete op van 1 procent van de niet tijdig betaalde belasting, met een maximum van € 907. Bij een derde verzuim legt de inspecteur een boete op van 3 procent van de niet tijdig betaalde belasting, met een maximum van € 1361. Bij een vierde/volgend verzuim legt de inspecteur een boete op van 5 procent van de niet tijdig betaalde belasting, met een maximum van € 2268.
5. Voor de hoogte van de verzuimboete wegens het niet of gedeeltelijk niet betalen van de verschuldigde belasting wordt een onderscheid gemaakt tussen een eerste, tweede, derde, vierde, respectievelijk vijfde/volgend verzuim. In afwijking in zoverre van paragraaf 23van dit besluit, is van een eerste verzuim sprake indien belanghebbende in de periode van twaalf maanden voorafgaand aan het tijdstip waarop de betaling had moeten plaatsvinden, niet eerder in verzuim is geweest. Van een tweede, derde, vierde, respectievelijk vijfde/volgend verzuim is sprake indien belanghebbende in die periode van twaalf maanden éénmaal respectievelijk tweemaal of meer in verzuim is geweest.
6. In geval van een verzuim wegens het niet dan wel gedeeltelijk niet betalen van de verschuldigde belasting, legt de inspecteur bij een eerste verzuim een boete op van 1 procent van de niet betaalde belasting, met een maximum van € 1134. Bij een tweede verzuim legt de inspecteur een boete op van 3 procent van de niet betaalde belasting, met een maximum van € 2268. Bij een derde verzuim legt hij een boete op van 5 procent van de niet betaalde belasting, met een maximum van € 4537. Bij een vierde verzuim legt de inspecteur een boete op van 7 procent van de niet betaalde belasting, met een maximum van € 4537. In geval van een vijfde/volgend verzuim legt de inspecteur een boete op van 10% van de niet betaalde belasting, met een maximum van € 4537.