BWBR0007477
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 72a
Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
1. De bewindvoerders kunnen uitkeringen doen op vorderingen die niet voortvloeien uit handelingen met de verzekeraar na het uitspreken van de noodregeling verricht, voor zover dit gelet op de liquiditeitspositie van de verzekeraar verantwoord is te achten en indien is voldaan aan de volgende leden.
2. De bewindvoerders maken een staat op waaruit blijken de aard en het bedrag van de baten en schulden van de verzekeraar, de namen en woonplaatsen van de schuldeisers alsmede het bedrag der vorderingen van iedere schuldeiser. Een door de bewindvoerders gewaarmerkt afschrift van deze staat wordt ter kosteloze inzage van een ieder ter griffie van de rechtbank neergelegd.
3. Op verzoek van de bewindvoerders bepaalt de rechter-commissaris de dag waarop uiterlijk de vorderingen moeten worden ingediend, en voorts dag, uur en plaats, waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. De bewindvoerders geven van deze beschikkingen onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis en doen daarvan aankondiging in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. De <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/110" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 110 tot en met 113 van de Faillissementswet</a>zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing is op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar dan wel het bijkantoor. Artikel 78, vierde lid, onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing.
4. Een afschrift van de lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en van de lijst van betwiste vorderingen wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering kosteloos voor een ieder ter inzage te liggen. De bewindvoerders geven alle bekende schuldeisers voor het begin van deze periode schriftelijk van de nederlegging bericht waarbij zij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegen. Voorts doen de bewindvoerders van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen.
5. Met betrekking tot de verificatie zijn de <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/119" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 119 tot en met 122</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/123" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">123 tot en met 127</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/129" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">129</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/132" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">132 tot en met 137</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/260" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">260, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/261" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">261</a>en <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/262" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">262, eerste en derde lid, van de Faillissementswet</a>van overeenkomstige toepassing. Daarbij zijn de bepalingen met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar. <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/59" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 59 van de Faillissementswet</a>is van overeenkomstige toepassing met uitzondering van het aldaar bepaalde ten aanzien van de vergoeding bedoeld in artikel 63a, derde lid, en de vergoeding voor het gebruik, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/63b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 63b, vierde lid, van de Faillissementswet</a>. In afwijking van de in <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 127, eerste lid, van de Faillissementswet</a>genoemde termijn geldt de termijn die ingevolge het derde lid van dit artikel voor de indiening van vorderingen is bepaald. De vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking, bedoeld in artikel 66, eerste lid, worden geverifieerd voor de waarde welke zij hebben op het tijdstip waarop deze vorderingen opeisbaar worden, met dien verstande dat dit ten aanzien van vorderingen welke vallen onder de werking van artikel 74, eerste lid, slechts geldt voor zover deze bepaling niet reeds op deze vorderingen is toegepast.
6. De bestuurders van de verzekeraar dan wel de vertegenwoordigers van het bijkantoor wonen de verificatievergadering bij teneinde aldaar alle inlichtingen over de oorzaken van de in artikel 66, eerste lid, bedoelde toestand en de staat van de boedel te geven die hen door de rechter-commissaris worden gevraagd. De schuldeisers kunnen de rechter-commissaris verzoeken omtrent bepaalde door hen op te geven punten inlichtingen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor te vragen. De vragen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor gesteld en de door hen gegeven antwoorden worden in het proces-verbaal opgetekend. In afwijking van het bepaalde in <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/121" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 121, vierde lid, van de Faillissementswet</a>levert het proces-verbaal van de verificatievergadering ten aanzien van de verbintenissen van de verzekeraar welke ingevolge artikel 74, eerste lid, worden overgedragen slechts kracht van gewijsde op voor zover de desbetreffende bedingen niet worden gewijzigd.
7. Na de verificatie van de schuldvorderingen maken de bewindvoerders een uitdelingslijst op. Zij onderwerpen die aan de goedkeuring van de rechter-commissaris. De lijst houdt in een staat van ontvangsten en uitgaven, daaronder begrepen het loon van de bewindvoerders, de namen van de schuldeisers, en voorts het geverifieerde bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering. De <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/180" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 180, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/181" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">181</a>en <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/182" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">182, eerste lid, van de Faillissementswet</a>zijn van overeenkomstige toepassing. Onverminderd het bepaalde in het tiende lid is <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/233" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 233 van die wet</a>eveneens van overeenkomstige toepassing.
8. Bij het opmaken van de uitdelingslijst wordt met betrekking tot de vorderingen die zijn betwist of waarvan de voorrang is betwist of die voorwaardelijk zijn toegelaten een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot tenminste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.
9. De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen kosteloos voor de schuldeisers ter inzage te liggen. De bewindvoerders doen van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. Voorts geven de bewindvoerders aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers schriftelijk van de nederlegging kennis, onder vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag. De <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/184" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 184 tot en met 186</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/187" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">187, eerste, tweede en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/189" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">189</a>en <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/191" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">191 van de Faillissementswet</a>zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen daarin is bepaald met betrekking tot de curator van toepassing is op de bewindvoerders en dat in afwijking van de in <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/184" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 184 van de Faillissementswet</a>bedoelde termijn geldt de in de eerste zin van dit lid genoemde termijn. Indien ten gevolge van het krachtens <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/184" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 184</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/186" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 186 van de Faillissementswet</a>gedane verzet een verificatiegeschil ontstaat, wordt ten aanzien van de vorderingen waarop dit verzet betrekking heeft, het achtste lid van dit artikel overeenkomstig toegepast, en kan vervolgens, nadat voor zoveel nodig tevens dienovereenkomstig wijziging van de overige in de ter inzage neergelegde lijst opgenomen uitkeringsbedragen heeft plaats gehad, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde, tot uitkering worden overgegaan. Indien het gedane verzet niet tot een verificatiegeschil leidt, kan met inachtneming van het bij de beschikking op het verzet bepaalde tot uitkering worden overgegaan zodra die beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
10. In afwijking van de laatste zin van het zevende lid kan op geverifieerde vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking als bedoeld in artikel 66, eerste lid, voor zover artikel 74, eerste lid, niet reeds op deze vorderingen werd toegepast, een uitkering eerst worden gedaan zodra deze vorderingen opeisbaar zijn geworden. Tot dat tijdstip wordt een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.
2. De bewindvoerders maken een staat op waaruit blijken de aard en het bedrag van de baten en schulden van de verzekeraar, de namen en woonplaatsen van de schuldeisers alsmede het bedrag der vorderingen van iedere schuldeiser. Een door de bewindvoerders gewaarmerkt afschrift van deze staat wordt ter kosteloze inzage van een ieder ter griffie van de rechtbank neergelegd.
3. Op verzoek van de bewindvoerders bepaalt de rechter-commissaris de dag waarop uiterlijk de vorderingen moeten worden ingediend, en voorts dag, uur en plaats, waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. De bewindvoerders geven van deze beschikkingen onmiddellijk aan alle bekende schuldeisers schriftelijk kennis en doen daarvan aankondiging in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. De <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/110" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 110 tot en met 113 van de Faillissementswet</a>zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen is bepaald met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing is op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar dan wel het bijkantoor. Artikel 78, vierde lid, onderdeel e, is van overeenkomstige toepassing.
4. Een afschrift van de lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en van de lijst van betwiste vorderingen wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen voorafgaande aan de verificatievergadering kosteloos voor een ieder ter inzage te liggen. De bewindvoerders geven alle bekende schuldeisers voor het begin van deze periode schriftelijk van de nederlegging bericht waarbij zij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegen. Voorts doen de bewindvoerders van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen.
5. Met betrekking tot de verificatie zijn de <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/119" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 119 tot en met 122</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/123" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">123 tot en met 127</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/129" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">129</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/132" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">132 tot en met 137</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/260" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">260, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/261" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">261</a>en <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/262" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">262, eerste en derde lid, van de Faillissementswet</a>van overeenkomstige toepassing. Daarbij zijn de bepalingen met betrekking tot de curator onderscheidenlijk de gefailleerde van toepassing op de bewindvoerders onderscheidenlijk de verzekeraar. <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/59" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 59 van de Faillissementswet</a>is van overeenkomstige toepassing met uitzondering van het aldaar bepaalde ten aanzien van de vergoeding bedoeld in artikel 63a, derde lid, en de vergoeding voor het gebruik, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/63b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 63b, vierde lid, van de Faillissementswet</a>. In afwijking van de in <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/127" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 127, eerste lid, van de Faillissementswet</a>genoemde termijn geldt de termijn die ingevolge het derde lid van dit artikel voor de indiening van vorderingen is bepaald. De vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking, bedoeld in artikel 66, eerste lid, worden geverifieerd voor de waarde welke zij hebben op het tijdstip waarop deze vorderingen opeisbaar worden, met dien verstande dat dit ten aanzien van vorderingen welke vallen onder de werking van artikel 74, eerste lid, slechts geldt voor zover deze bepaling niet reeds op deze vorderingen is toegepast.
6. De bestuurders van de verzekeraar dan wel de vertegenwoordigers van het bijkantoor wonen de verificatievergadering bij teneinde aldaar alle inlichtingen over de oorzaken van de in artikel 66, eerste lid, bedoelde toestand en de staat van de boedel te geven die hen door de rechter-commissaris worden gevraagd. De schuldeisers kunnen de rechter-commissaris verzoeken omtrent bepaalde door hen op te geven punten inlichtingen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor te vragen. De vragen aan de bestuurders dan wel aan de vertegenwoordigers van het bijkantoor gesteld en de door hen gegeven antwoorden worden in het proces-verbaal opgetekend. In afwijking van het bepaalde in <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/121" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 121, vierde lid, van de Faillissementswet</a>levert het proces-verbaal van de verificatievergadering ten aanzien van de verbintenissen van de verzekeraar welke ingevolge artikel 74, eerste lid, worden overgedragen slechts kracht van gewijsde op voor zover de desbetreffende bedingen niet worden gewijzigd.
7. Na de verificatie van de schuldvorderingen maken de bewindvoerders een uitdelingslijst op. Zij onderwerpen die aan de goedkeuring van de rechter-commissaris. De lijst houdt in een staat van ontvangsten en uitgaven, daaronder begrepen het loon van de bewindvoerders, de namen van de schuldeisers, en voorts het geverifieerde bedrag van ieders vordering en de daarop te ontvangen uitkering. De <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/180" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 180, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/181" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">181</a>en <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/182" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">182, eerste lid, van de Faillissementswet</a>zijn van overeenkomstige toepassing. Onverminderd het bepaalde in het tiende lid is <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/233" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 233 van die wet</a>eveneens van overeenkomstige toepassing.
8. Bij het opmaken van de uitdelingslijst wordt met betrekking tot de vorderingen die zijn betwist of waarvan de voorrang is betwist of die voorwaardelijk zijn toegelaten een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot tenminste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.
9. De door de rechter-commissaris goedgekeurde uitdelingslijst wordt door de bewindvoerders ter griffie van de rechtbank neergelegd om aldaar gedurende veertien dagen kosteloos voor de schuldeisers ter inzage te liggen. De bewindvoerders doen van de nederlegging mededeling in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen dagbladen. Voorts geven de bewindvoerders aan ieder der erkende en voorwaardelijk toegelaten schuldeisers schriftelijk van de nederlegging kennis, onder vermelding van het voor hem uitgetrokken bedrag. De <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/184" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 184 tot en met 186</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/187" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">187, eerste, tweede en derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/189" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">189</a>en <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/191" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">191 van de Faillissementswet</a>zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat hetgeen daarin is bepaald met betrekking tot de curator van toepassing is op de bewindvoerders en dat in afwijking van de in <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/184" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 184 van de Faillissementswet</a>bedoelde termijn geldt de in de eerste zin van dit lid genoemde termijn. Indien ten gevolge van het krachtens <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/184" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 184</a>dan wel <a href="/wet/BWBR0001860/artikel/186" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 186 van de Faillissementswet</a>gedane verzet een verificatiegeschil ontstaat, wordt ten aanzien van de vorderingen waarop dit verzet betrekking heeft, het achtste lid van dit artikel overeenkomstig toegepast, en kan vervolgens, nadat voor zoveel nodig tevens dienovereenkomstig wijziging van de overige in de ter inzage neergelegde lijst opgenomen uitkeringsbedragen heeft plaats gehad, met inachtneming van het overigens in dit artikel bepaalde, tot uitkering worden overgegaan. Indien het gedane verzet niet tot een verificatiegeschil leidt, kan met inachtneming van het bij de beschikking op het verzet bepaalde tot uitkering worden overgegaan zodra die beschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
10. In afwijking van de laatste zin van het zevende lid kan op geverifieerde vorderingen welke opeisbaar worden op of na de datum van de beschikking als bedoeld in artikel 66, eerste lid, voor zover artikel 74, eerste lid, niet reeds op deze vorderingen werd toegepast, een uitkering eerst worden gedaan zodra deze vorderingen opeisbaar zijn geworden. Tot dat tijdstip wordt een bedrag aan liquide middelen afgezonderd tot ten minste het beloop van het totaal van de bedragen die bij de toepassing van dit artikel op deze vorderingen zullen kunnen worden uitgekeerd, dan wel wordt deze uitkering op andere wijze zeker gesteld.