BWBR0007477
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 6
Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
1. De Pensioen- & Verzekeringskamer werkt, voor zover noodzakelijk ten behoeve van de uitoefening van het toezicht op verzekeraars die deel uitmaken van een groep, samen met de autoriteiten die ingevolge de <a href="/wet/BWBR0005792" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht kredietwezen 1992</a>, de <a href="/wet/BWBR0004809" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht beleggingsinstellingen</a>onderscheidenlijk de <a href="/wet/BWBR0007657" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht effectenverkeer 1995</a>belast zijn met het toezicht op kredietinstellingen, beleggingsinstellingen onderscheidenlijk effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders die tot diezelfde groep behoren.
2. De Pensioen- & Verzekeringskamer pleegt, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, waar nodig overleg met een autoriteit als bedoeld in het eerste lid.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer werkt, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, waar nodig samen op basis van een of meer daartoe met een autoriteit als bedoeld in het eerste lid overeen te komen regelingen. Deze regelingen betreffen in elk geval afspraken over het stellen van gemeenschappelijke eisen, het coördineren van werkzaamheden uit hoofde van ieders uitoefening van het toezicht en het uitwisselen van gegevens en inlichtingen.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer verstrekt aan een autoriteit als bedoeld in het eerste lid dan wel de autoriteit die is belast met de uitvoering van de <a href="/wet/BWBR0013816" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inzake de geldtransactiekantoren</a>of de <a href="/wet/BWBR0016189" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht trustkantoren</a>de gegevens of inlichtingen die zij verkregen heeft bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de deskundigheid van personen als bedoeld in artikel 18, eerste en derde lid, onderscheidenlijk de voornemens, de handelingen en de antecedenten van personen als bedoeld in artikel 18, tweede en vierde lid, voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat deze gegevens of inlichtingen van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend.
5. De verplichting als bedoeld in het vierde lid geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 88, eerste lid.
2. De Pensioen- & Verzekeringskamer pleegt, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, waar nodig overleg met een autoriteit als bedoeld in het eerste lid.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer werkt, in de gevallen bedoeld in het eerste lid, waar nodig samen op basis van een of meer daartoe met een autoriteit als bedoeld in het eerste lid overeen te komen regelingen. Deze regelingen betreffen in elk geval afspraken over het stellen van gemeenschappelijke eisen, het coördineren van werkzaamheden uit hoofde van ieders uitoefening van het toezicht en het uitwisselen van gegevens en inlichtingen.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer verstrekt aan een autoriteit als bedoeld in het eerste lid dan wel de autoriteit die is belast met de uitvoering van de <a href="/wet/BWBR0013816" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inzake de geldtransactiekantoren</a>of de <a href="/wet/BWBR0016189" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet toezicht trustkantoren</a>de gegevens of inlichtingen die zij verkregen heeft bij de vervulling van de haar ingevolge deze wet opgedragen taak en die betrekking hebben op de deskundigheid van personen als bedoeld in artikel 18, eerste en derde lid, onderscheidenlijk de voornemens, de handelingen en de antecedenten van personen als bedoeld in artikel 18, tweede en vierde lid, voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer van oordeel is dat deze gegevens of inlichtingen van belang zijn of zouden kunnen zijn voor het toezicht dat door die andere autoriteit wordt uitgeoefend.
5. De verplichting als bedoeld in het vierde lid geldt niet in het geval de gegevens of inlichtingen zijn verkregen van een buitenlandse instantie als bedoeld in artikel 88, eerste lid.