BWBR0007477
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 49
Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
1. Een verzekeraar met zetel buiten Nederland, die diensten verricht naar Nederland, dient:
a. naar het recht van de staat van zijn zetel rechtspersoon te zijn;
b. in de staat van zijn zetel bevoegd te zijn tot uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en dit bedrijf vanuit een vestiging in die staat daadwerkelijk uit te oefenen; en
c. met betrekking tot het gehele door hem uitgeoefende natura-uitvaartverzekeringsbedrijf te beschikken over een solvabiliteitsmarge, die ten minste overeenkomt met de ingevolge artikel 40 vereiste solvabiliteitsmarge.
2. De verzekeraar die voornemens is voor de eerste maal diensten te verrichten naar Nederland, legt, onder vermelding van de adressen van zijn zetel en van de vestiging van waaruit hij de diensten wenst te verrichten, aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over:
a. een authentiek afschrift van de akte van oprichting, een exemplaar van zijn statuten alsmede een lijst met namen en adressen van zijn bestuurders en commissarissen; en
b. bescheiden waaruit blijkt dat de verzekeraar voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen.
3. De verzekeraar kan het verrichten van diensten aanvangen vanaf de officieel bevestigde datum van ontvangst door de Pensioen- & Verzekeringskamer van de in het tweede lid bedoelde bescheiden.
a. naar het recht van de staat van zijn zetel rechtspersoon te zijn;
b. in de staat van zijn zetel bevoegd te zijn tot uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en dit bedrijf vanuit een vestiging in die staat daadwerkelijk uit te oefenen; en
c. met betrekking tot het gehele door hem uitgeoefende natura-uitvaartverzekeringsbedrijf te beschikken over een solvabiliteitsmarge, die ten minste overeenkomt met de ingevolge artikel 40 vereiste solvabiliteitsmarge.
2. De verzekeraar die voornemens is voor de eerste maal diensten te verrichten naar Nederland, legt, onder vermelding van de adressen van zijn zetel en van de vestiging van waaruit hij de diensten wenst te verrichten, aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over:
a. een authentiek afschrift van de akte van oprichting, een exemplaar van zijn statuten alsmede een lijst met namen en adressen van zijn bestuurders en commissarissen; en
b. bescheiden waaruit blijkt dat de verzekeraar voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen.
3. De verzekeraar kan het verrichten van diensten aanvangen vanaf de officieel bevestigde datum van ontvangst door de Pensioen- & Verzekeringskamer van de in het tweede lid bedoelde bescheiden.