BWBR0007477
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 22
Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
1. Een verzekeraar die een vergunning aanvraagt dient:
a. naar het recht van de staat van zijn zetel rechtspersoon te zijn;
b. in de staat van zijn zetel bevoegd te zijn tot uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, dit bedrijf vanuit een vestiging in die staat daadwerkelijk uit te oefenen en bevoegd te zijn een bijkantoor in Nederland te openen;
c. met betrekking tot zijn gehele in en buiten Nederland uitgeoefende natura-uitvaartverzekeringsbedrijf over een solvabiliteitsmarge te beschikken, die ten minste overeenkomt met de ingevolge artikel 40 vereiste solvabiliteitsmarge;
d. met inachtneming van artikel 47, tweede lid, te beschikken over het minimum bedrag van het garantiefonds bedoeld in artikel 40, tweede lid;
e. het in onderdeel d bedoelde minimum bedrag van het garantiefonds aan te houden in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen waarden volgens de daarbij te stellen regels;
f. te beschikken over financiële middelen tot dekking van de te verwachten kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet in Nederland;
g. zowel in zijn bijkantoor als in de staat van zijn zetel te beschikken over een goede administratieve organisatie en adequate interne controleprocedures; en
h. zowel in zijn bijkantoor als in de staat van zijn zetel te beschikken over adequate maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering.
Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit lid verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/18a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995</a>.
2. In de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan worden voorgeschreven dat de verzekeraar voor bepaalde handelingen toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer behoeft.
a. naar het recht van de staat van zijn zetel rechtspersoon te zijn;
b. in de staat van zijn zetel bevoegd te zijn tot uitoefening van het natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, dit bedrijf vanuit een vestiging in die staat daadwerkelijk uit te oefenen en bevoegd te zijn een bijkantoor in Nederland te openen;
c. met betrekking tot zijn gehele in en buiten Nederland uitgeoefende natura-uitvaartverzekeringsbedrijf over een solvabiliteitsmarge te beschikken, die ten minste overeenkomt met de ingevolge artikel 40 vereiste solvabiliteitsmarge;
d. met inachtneming van artikel 47, tweede lid, te beschikken over het minimum bedrag van het garantiefonds bedoeld in artikel 40, tweede lid;
e. het in onderdeel d bedoelde minimum bedrag van het garantiefonds aan te houden in bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen waarden volgens de daarbij te stellen regels;
f. te beschikken over financiële middelen tot dekking van de te verwachten kosten voor de inrichting van de administratie en van het produktienet in Nederland;
g. zowel in zijn bijkantoor als in de staat van zijn zetel te beschikken over een goede administratieve organisatie en adequate interne controleprocedures; en
h. zowel in zijn bijkantoor als in de staat van zijn zetel te beschikken over adequate maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering.
Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit lid verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0007657/artikel/18a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995</a>.
2. In de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan worden voorgeschreven dat de verzekeraar voor bepaalde handelingen toestemming van de Pensioen- & Verzekeringskamer behoeft.