BWBR0007477
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 85
Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
1. Iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer vooraf in kennis van een zodanige wijziging van diens gekwalificeerde deelneming in een verzekeraar met zetel in Nederland:
a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de verzekeraar een dochtermaatschappij wordt;
b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de verzekeraar ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
2. Een verzekeraar met zetel in Nederland stelt, voor zover hem bekend, de Pensioen- & Verzekeringskamer in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar houdt. Tevens stelt de verzekeraar met zetel in Nederland, zodra zulks hem bekend wordt, de Pensioen- & Verzekeringskamer in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar:
a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de verzekeraar een dochtermaatschappij wordt; of
b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de verzekeraar ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt Onze Minister eens per jaar in kennis van de gegevens waarover zij ingevolge het eerste en het tweede lid beschikt.
a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de verzekeraar een dochtermaatschappij wordt;
b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de verzekeraar ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
2. Een verzekeraar met zetel in Nederland stelt, voor zover hem bekend, de Pensioen- & Verzekeringskamer in de maand juli van elk jaar in kennis van de identiteit van iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar houdt. Tevens stelt de verzekeraar met zetel in Nederland, zodra zulks hem bekend wordt, de Pensioen- & Verzekeringskamer in kennis van iedere verwerving, afstoting of wijziging van een gekwalificeerde deelneming in deze verzekeraar:
a. waardoor de omvang van deze deelneming boven de 20, 33, 50 of 95 procent stijgt, 100 procent wordt dan wel waardoor de verzekeraar een dochtermaatschappij wordt; of
b. waardoor de omvang van deze deelneming onder de 10, 20, 33, 50, 95 of 100 procent daalt dan wel waardoor de verzekeraar ophoudt een dochtermaatschappij te zijn.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt Onze Minister eens per jaar in kennis van de gegevens waarover zij ingevolge het eerste en het tweede lid beschikt.