BWBR0001860
Geldig vanaf 2020-10-07
Artikel 63b
Faillissementswet
1. Ingeval de schuldenaar overeenkomstig <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/239" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 239, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek</a>een pandrecht heeft gevestigd op een vordering op naam of op het vruchtgebruik van een zodanige vordering, blijft de pandhouder tijdens de afkoelingsperiode bevoegd de mededeling, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005291/artikel/239" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 239, derde lid, van dat Boek</a>te doen en betalingen in ontvangst te nemen.
2. <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/490b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 490b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de pandhouder het volledige bedrag bij de bewaarder stort.
2. <a href="/wet/BWBR0001827/artikel/490b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 490b, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering</a>, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de pandhouder het volledige bedrag bij de bewaarder stort.