BWBR0007477
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 34
Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
1. Een verzekeraar met zetel in Nederland dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar zijn jaarverslag in drievoud bij de Pensioen- & Verzekeringskamer in, tenzij de Pensioen- & Verzekeringskamer een ander aantal vaststelt. Een verzekeraar die <a href="/wet/BWBR0003045/artikel/403" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 403 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>toepast, dient het jaarverslag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 403, eerste lid, onderdeel e, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek</a>, onverwijld na de neerlegging daarvan ten kantore van het handelsregister bij de Pensioen- & Verzekeringskamer in.
2. Een verzekeraar met zetel buiten Nederland dient, tenzij de Pensioen- & Verzekeringskamer een ander aantal vaststelt, zijn jaarverslag in drievoud bij haar in zodra hij het openbaar heeft gemaakt of krachtens het recht van de staat van zijn zetel openbaar moet hebben gemaakt.
3. Artikel 33, vijfde lid, geldt ook voor het ingediende jaarverslag.
2. Een verzekeraar met zetel buiten Nederland dient, tenzij de Pensioen- & Verzekeringskamer een ander aantal vaststelt, zijn jaarverslag in drievoud bij haar in zodra hij het openbaar heeft gemaakt of krachtens het recht van de staat van zijn zetel openbaar moet hebben gemaakt.
3. Artikel 33, vijfde lid, geldt ook voor het ingediende jaarverslag.