BWBR0007477
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 40
Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
1. Een verzekeraar dient te beschikken over een solvabiliteitsmarge die ten minste een bedrag beloopt dat wordt berekend op de wijze, voorgeschreven bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
2. Een derde gedeelte van de overeenkomstig het eerste lid berekende solvabiliteitsmarge vormt het garantiefonds. Het garantiefonds beloopt evenwel ten minste € 45 378,02.
3. In afwijking van het eerste lid beloopt de solvabiliteitsmarge ten minste het minimum bedrag van het garantiefonds.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke vermogensbestanddelen de solvabiliteitsmarge en het garantiefonds kunnen vormen en welke vermogensbestanddelen daarbij een aftrek dienen te vormen.
Voorts wordt vermeld de mate waarin en de voorwaarden waaronder het in de eerste volzin bepaalde geschiedt. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen de waardering van de vermogensbestanddelen bedenkingen naar voren brengen.
5. Indien een verzekeraar weet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn solvabiliteitsmarge niet voldoet of zal voldoen aan de eisen die daaraan krachtens het eerste of derde lid zijn gesteld, doet hij hiervan terstond aan de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling.
2. Een derde gedeelte van de overeenkomstig het eerste lid berekende solvabiliteitsmarge vormt het garantiefonds. Het garantiefonds beloopt evenwel ten minste € 45 378,02.
3. In afwijking van het eerste lid beloopt de solvabiliteitsmarge ten minste het minimum bedrag van het garantiefonds.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke vermogensbestanddelen de solvabiliteitsmarge en het garantiefonds kunnen vormen en welke vermogensbestanddelen daarbij een aftrek dienen te vormen.
Voorts wordt vermeld de mate waarin en de voorwaarden waaronder het in de eerste volzin bepaalde geschiedt. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan tegen de waardering van de vermogensbestanddelen bedenkingen naar voren brengen.
5. Indien een verzekeraar weet of redelijkerwijze kan voorzien dat zijn solvabiliteitsmarge niet voldoet of zal voldoen aan de eisen die daaraan krachtens het eerste of derde lid zijn gesteld, doet hij hiervan terstond aan de Pensioen- & Verzekeringskamer mededeling.