BWBR0007477
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 40a
Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
1. Een verzekeraar die voornemens is een bijkantoor te openen buiten Nederland, stelt de Pensioen- & Verzekeringskamer daarvan schriftelijk in kennis.
2. De kennisgeving geschiedt onder opgave van:
a. de staat waarin de verzekeraar voornemens is het bijkantoor te openen;
b. een programma van werkzaamheden, met betrekking waartoe bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld en waarin met name de aard van de overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering die door het bijkantoor zullen worden gesloten en de voorziene organisatiestructuur – met inbegrip van de financiële administratie en de interne controle – ten behoeve van het bijkantoor zijn vermeld;
c. het adres van het bijkantoor; en
d. de naam en het adres van de vertegenwoordiger en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de naam en het adres van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 40c, tweede lid.
3. De verzekeraar doet de in het tweede lid bedoelde gegevens vergezeld gaan van een vertaling voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks verlangt.
4. Indien de verzekeraar, gezien de werkzaamheden die hij vanuit het bijkantoor voornemens is te verrichten, niet voldoet of naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer niet zal kunnen voldoen aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen ten aanzien van:
a. de deskundigheid, de voornemens, de handelingen of de antecedenten van de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen of van de vertegenwoordiger en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de deskundigheid, de voornemens, de handelingen of de antecedenten van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 40c, tweede lid;
b. de technische voorzieningen;
c. de solvabiliteitsmarge;
d. de administratieve organisatie; en
e. de maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering,
geeft de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming voor opening van het bijkantoor. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit lid verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
5. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, haar beslissing over het verlenen van toestemming voor het openen van het bijkantoor bekend aan de verzekeraar.
2. De kennisgeving geschiedt onder opgave van:
a. de staat waarin de verzekeraar voornemens is het bijkantoor te openen;
b. een programma van werkzaamheden, met betrekking waartoe bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld en waarin met name de aard van de overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering die door het bijkantoor zullen worden gesloten en de voorziene organisatiestructuur – met inbegrip van de financiële administratie en de interne controle – ten behoeve van het bijkantoor zijn vermeld;
c. het adres van het bijkantoor; en
d. de naam en het adres van de vertegenwoordiger en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de naam en het adres van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 40c, tweede lid.
3. De verzekeraar doet de in het tweede lid bedoelde gegevens vergezeld gaan van een vertaling voor zover de Pensioen- & Verzekeringskamer zulks verlangt.
4. Indien de verzekeraar, gezien de werkzaamheden die hij vanuit het bijkantoor voornemens is te verrichten, niet voldoet of naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer niet zal kunnen voldoen aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen ten aanzien van:
a. de deskundigheid, de voornemens, de handelingen of de antecedenten van de personen die het dagelijks beleid van de verzekeraar bepalen of van de vertegenwoordiger en, zo de vertegenwoordiger rechtspersoon is, de deskundigheid, de voornemens, de handelingen of de antecedenten van de natuurlijke persoon, bedoeld in artikel 40c, tweede lid;
b. de technische voorzieningen;
c. de solvabiliteitsmarge;
d. de administratieve organisatie; en
e. de maatregelen, gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering,
geeft de Pensioen- & Verzekeringskamer geen toestemming voor opening van het bijkantoor. Onder integere bedrijfsvoering wordt in dit lid verstaan de bedrijfsvoering met uitzondering van het deel dat wordt geregeld door de effectentypische gedragsregels, bedoeld in artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
5. De Pensioen- & Verzekeringskamer maakt binnen zes weken na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, haar beslissing over het verlenen van toestemming voor het openen van het bijkantoor bekend aan de verzekeraar.