BWBR0007477
Geldig vanaf 2002-11-14
Artikel 80
Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf
1. In geval van noodregeling overeenkomstig dit hoofdstuk of van faillissement van een verzekeraar worden de boedelschulden, overeenkomstig de bepalingen van de <a href="/wet/BWBR0001860" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Faillissementswet</a>, al naar gelang de aard van de betrokken boedelschuld hetzij mede over de in de artikelen 39en 46bedoelde waarden omgeslagen, hetzij uitsluitend van een bepaalde bate van de boedel afgetrokken.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid dienen in geval van noodregeling of van faillissement van een verzekeraar de waarden, ingevolge de artikelen 39en 46geadministreerd voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, uitsluitend tot voldoening van de volgende vorderingen en wel in de hierna vermelde volgorde:
a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen, voor zover de vordering niet ouder is dan een jaar;
b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit een vestiging in Nederland.
3. Onder de in het tweede lid, onderdeel <em>d</em>, bedoelde vorderingen worden mede begrepen de vorderingen ter zake van prestaties krachtens lopende overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, ontstaan op of na de dag waarop de machtiging, bedoeld in artikel 66, is verleend dan wel, indien een faillissement wordt uitgesproken zonder voorafgaande machtiging of later dan vier weken na de beëindiging van de machtiging, op of na de dag waarop het faillissement is uitgesproken.
4. Op de ingevolge de artikelen 39en 46geadministreerde waarden voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering zijn, behoudens vorderingen die door pand of hypotheek op deze waarden zijn gedekt, geen andere vorderingen verhaalbaar, tenzij vaststaat dat alle vorderingen, genoemd in het tweede lid, zullen kunnen worden voldaan en dat in de toekomst zodanige vorderingen niet meer zullen ontstaan.
5. Ingeval de in het tweede lid bedoelde vorderingen niet volledig uit de ingevolge de artikelen 39en 46geadministreerde waarden voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering zijn voldaan, hebben de betrokken schuldeisers voor het overblijvende deel van hun vorderingen te zamen met de overige schuldeisers een gelijk recht om naar evenredigheid van ieders vordering uit de overige goederen te worden voldaan, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid dienen in geval van noodregeling of van faillissement van een verzekeraar de waarden, ingevolge de artikelen 39en 46geadministreerd voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, uitsluitend tot voldoening van de volgende vorderingen en wel in de hierna vermelde volgorde:
a. de vorderingen van werknemers en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot reeds vervallen termijnen van pensioen, voor zover de vordering niet ouder is dan een jaar;
b. de vorderingen van werknemers, niet zijnde bestuurders van de verzekeraar waarbij zij in dienst zijn, en gewezen werknemers alsmede de vorderingen van hun nabestaanden met betrekking tot in de toekomst tot uitkering komende termijnen van toegezegd pensioen;
c. de vorderingen van werknemers met betrekking tot het loon over het voorafgaande jaar en hetgeen over het lopende jaar verschuldigd is, benevens het bedrag van de verhoging van dat loon ingevolge artikel 625 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek alsmede het bedrag van de uitgaven, door de werknemer voor de verzekeraar als werkgever gedaan, en de bedragen, door de verzekeraar aan de werknemer krachtens titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst verschuldigd;
d. de vorderingen en rechten betreffende prestaties, die zijn ontstaan of nog zullen ontstaan uit overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, gesloten vanuit een vestiging in Nederland.
3. Onder de in het tweede lid, onderdeel <em>d</em>, bedoelde vorderingen worden mede begrepen de vorderingen ter zake van prestaties krachtens lopende overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering, ontstaan op of na de dag waarop de machtiging, bedoeld in artikel 66, is verleend dan wel, indien een faillissement wordt uitgesproken zonder voorafgaande machtiging of later dan vier weken na de beëindiging van de machtiging, op of na de dag waarop het faillissement is uitgesproken.
4. Op de ingevolge de artikelen 39en 46geadministreerde waarden voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering zijn, behoudens vorderingen die door pand of hypotheek op deze waarden zijn gedekt, geen andere vorderingen verhaalbaar, tenzij vaststaat dat alle vorderingen, genoemd in het tweede lid, zullen kunnen worden voldaan en dat in de toekomst zodanige vorderingen niet meer zullen ontstaan.
5. Ingeval de in het tweede lid bedoelde vorderingen niet volledig uit de ingevolge de artikelen 39en 46geadministreerde waarden voor de vanuit de vestigingen in Nederland aangegane verplichtingen uit of krachtens overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering zijn voldaan, hebben de betrokken schuldeisers voor het overblijvende deel van hun vorderingen te zamen met de overige schuldeisers een gelijk recht om naar evenredigheid van ieders vordering uit de overige goederen te worden voldaan, behoudens de door de wet erkende redenen van voorrang.