BWBR0004046
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 46
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
1. De persoon, die zowel op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, als op de dag, waarop deze wet in werking treedt, recht had op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en op laatstbedoelde dag de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt, heeft, indien zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering niet was berekend met toepassing van artikel 10, vijfde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals dat lid luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, zolang hij de leeftijd van 23 jaar niet heeft bereikt recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering berekend naar een grondslag, die voor een uitkeringsgerechtigde van 18 jaar f 62,63, van 19 jaar f 72,97, van 20 jaar f 83,31, en van 21 en 22 jaar f 93,64 bedraagt.
2. Artikel 10, vijfde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet is op de grondslag, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
2. Artikel 10, vijfde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet is op de grondslag, bedoeld in het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.