BWBR0004046
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 43
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
1. Ten aanzien van de persoon, die op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, berekend naar een grondslag als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, van die wet, zoals die leden luidden op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, worden de wijzigingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet als vervat in artikel 39, onderdeel D tot en met F en Q, geacht niet te hebben plaatsgevonden zolang de betrokkene voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, derde of vierde lid, in verbinding met artikel 10a, tweede en derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die leden luidden op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, doch uiterlijk tot een binnen een jaar na die dag gelegen tijdstip, waarop op grond van artikel 10a, tweede en derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, het inkomen opnieuw zou dienen te worden vastgesteld, indien de in voornoemd artikel 10abedoelde perioden op één jaar zouden zijn gesteld.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel V van de wet van 29 december 1982, <em>Stb.</em>737, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt. Ten aanzien van de in de vorige volzin bedoelde persoon blijft de wijziging van de Wet van 29 december 1982 ( <em>Stb.</em>737) als vervat in artikel 42, buiten toepassing tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid.
3. Voor de persoon, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt de toeslag op grond van de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>vanaf de dag waarop de in het eerste dan wel tweede lid bedoelde wijzigingen op hem van toepassing worden, ten minste vastgesteld op het verschil tussen de arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop recht zou hebben bestaan indien de wijzigingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet als vervat in artikel 39, onderdeel D en E, en de wijziging, bedoeld in artikel 42, niet zouden hebben plaatsgevonden, en de som van de uitkeringen op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>.
4. Het derde lid is van toepassing zolang de betrokkene voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, in verbinding met artikel 10a, tweede en derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die leden luidden op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, doch uiterlijk tot het tijdstip waarop op grond van artikel 10a, tweede en derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die leden luidden op de dag voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, het inkomen voor de eerste keer na inwerkingtreding van deze wet opnieuw zou dienen te worden vastgesteld.
5. De in het eerste en tweede lid bedoelde persoon, wiens grondslag was vastgesteld, of zou zijn vastgesteld indien artikel 90, eerste lid, onderdeel <em>a</em>, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet niet op hem van toepassing was geweest, met toepassing van artikel 10, derde lid, onderdeel <em>b</em>, onderscheidenlijk artikel 10, vierde lid, onderdeel <em>b</em>, van die wet, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, wordt, zolang hij ongehuwd is en een eigen kind of pleegkind heeft dat jonger is dan 18 jaar, dat tot zijn huishouden behoort of grotendeels op zijn kosten wordt onderhouden, vanaf het in het eerste lid bedoelde tijdstip tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen datum voor de toepassing van de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>als gehuwd aangemerkt.
6. Het verschil tussen het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, dat op grond van het eerste en het tweede lid wordt uitbetaald en het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat zou worden uitbetaald indien het eerste lid niet zou hebben gegolden, wordt volgens door Onze Minister te stellen regels door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, ten laste van het Toeslagenfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004043/artikel/31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 31 van de Toeslagenwet</a>, ten gunste gebracht van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004538/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34 van de Wet financiering volksverzekeringen</a>, onderscheidenlijk het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering verstaan zowel uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet als uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>.
7. Het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dat zou worden uitbetaald dan wel meer zou worden uitbetaald indien het eerste lid niet zou hebben gegolden, wordt volgens door Onze Minister te stellen regels door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, ten gunste gebracht van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004538/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34 van de Wet financiering volksverzekeringen</a>.
8. Ten aanzien van de persoon, bedoeld in het eerste of tweede lid, blijft de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>buiten toepassing tot de dag waarop de in het eerste dan wel tweede lid bedoelde wijzigingen op hem van toepassing worden.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel V van de wet van 29 december 1982, <em>Stb.</em>737, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt. Ten aanzien van de in de vorige volzin bedoelde persoon blijft de wijziging van de Wet van 29 december 1982 ( <em>Stb.</em>737) als vervat in artikel 42, buiten toepassing tot het tijdstip, bedoeld in het eerste lid.
3. Voor de persoon, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt de toeslag op grond van de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>vanaf de dag waarop de in het eerste dan wel tweede lid bedoelde wijzigingen op hem van toepassing worden, ten minste vastgesteld op het verschil tussen de arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop recht zou hebben bestaan indien de wijzigingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet als vervat in artikel 39, onderdeel D en E, en de wijziging, bedoeld in artikel 42, niet zouden hebben plaatsgevonden, en de som van de uitkeringen op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>.
4. Het derde lid is van toepassing zolang de betrokkene voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, in verbinding met artikel 10a, tweede en derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die leden luidden op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, doch uiterlijk tot het tijdstip waarop op grond van artikel 10a, tweede en derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, zoals die leden luidden op de dag voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, het inkomen voor de eerste keer na inwerkingtreding van deze wet opnieuw zou dienen te worden vastgesteld.
5. De in het eerste en tweede lid bedoelde persoon, wiens grondslag was vastgesteld, of zou zijn vastgesteld indien artikel 90, eerste lid, onderdeel <em>a</em>, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet niet op hem van toepassing was geweest, met toepassing van artikel 10, derde lid, onderdeel <em>b</em>, onderscheidenlijk artikel 10, vierde lid, onderdeel <em>b</em>, van die wet, zoals dat artikel luidde op de dag, voorafgaande aan die waarop deze wet in werking treedt, wordt, zolang hij ongehuwd is en een eigen kind of pleegkind heeft dat jonger is dan 18 jaar, dat tot zijn huishouden behoort of grotendeels op zijn kosten wordt onderhouden, vanaf het in het eerste lid bedoelde tijdstip tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen datum voor de toepassing van de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>als gehuwd aangemerkt.
6. Het verschil tussen het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering, dat op grond van het eerste en het tweede lid wordt uitbetaald en het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering dat zou worden uitbetaald indien het eerste lid niet zou hebben gegolden, wordt volgens door Onze Minister te stellen regels door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, ten laste van het Toeslagenfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004043/artikel/31" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 31 van de Toeslagenwet</a>, ten gunste gebracht van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004538/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34 van de Wet financiering volksverzekeringen</a>, onderscheidenlijk het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering verstaan zowel uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet als uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>.
7. Het bedrag aan arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, dat zou worden uitbetaald dan wel meer zou worden uitbetaald indien het eerste lid niet zou hebben gegolden, wordt volgens door Onze Minister te stellen regels door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/72" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, ten gunste gebracht van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004538/artikel/34" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 34 van de Wet financiering volksverzekeringen</a>.
8. Ten aanzien van de persoon, bedoeld in het eerste of tweede lid, blijft de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>buiten toepassing tot de dag waarop de in het eerste dan wel tweede lid bedoelde wijzigingen op hem van toepassing worden.