BWBR0004046
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 43a
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
1. Voor de persoon, bedoeld in artikel 43, tweede lid, wiens arbeidsongeschiktheidsuitkering op de dag voorafgaande aan de dag waarop de in artikel 43, tweede lidbedoelde wijziging op hem van toepassing wordt is verhoogd met toepassing van <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300"> artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, wordt de toeslag op grond van de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>vanaf laatstgenoemde dag doch niet eerder dan vanaf de dag waarop geen recht meer bestaat op de toeslag, bedoeld in artikel 43, derde lid, vastgesteld op het verschil tussen de arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop op de dag voorafgaande aan dat tijdstip recht zou hebben bestaan indien de wijziging bedoeld in artikel 42niet zou hebben plaatsgevonden en de uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>.
2. Het eerste lid is van toepassing voor zolang de betrokkene gehuwd is dan wel een eigen kind of pleegkind heeft dat jonger is dan 18 jaar en dat tot zijn huishouden behoort of grotendeels op zijn kosten wordt onderhouden, doch uiterlijk zolang <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>wordt toegepast of tot het tijdstip waarop de echtgenoot van betrokkene aanspraak verkrijgt op een ouderdomspensioen op grond van de <a href="/wet/BWBR0002221" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene Ouderdomswet</a>( <em>Stb.</em>1985, 181).
3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt:
a. als ongehuwd aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
b. als pleegkind aangemerkt een kind dat als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed.
2. Het eerste lid is van toepassing voor zolang de betrokkene gehuwd is dan wel een eigen kind of pleegkind heeft dat jonger is dan 18 jaar en dat tot zijn huishouden behoort of grotendeels op zijn kosten wordt onderhouden, doch uiterlijk zolang <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>wordt toegepast of tot het tijdstip waarop de echtgenoot van betrokkene aanspraak verkrijgt op een ouderdomspensioen op grond van de <a href="/wet/BWBR0002221" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Algemene Ouderdomswet</a>( <em>Stb.</em>1985, 181).
3. Voor de toepassing van het tweede lid wordt:
a. als ongehuwd aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.
b. als pleegkind aangemerkt een kind dat als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed.