BWBR0004046
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 19
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
Indien het recht op uitkering op grond van de Wet Werkloosheidsvoorziening van de persoon, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, door het verrichten van arbeid als werknemer geheel of gedeeltelijk is geëindigd en vervolgens na beëindiging van die arbeid op een tijdstip, gelegen binnen vijf jaar na inwerkingtreding van de nieuwe <a href="/wet/BWBR0004045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Werkloosheidswet</a>, recht op uitkering is ontstaan op grond van de nieuwe <a href="/wet/BWBR0004045" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Werkloosheidswet</a>, zonder dat aan de voorwaarde, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004045/artikel/42" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 42, tweede lid, onderdeel a, van die wet</a>wordt voldaan, wordt de duur van die uitkering verlengd met de duur van de uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0002470" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet Werkloosheidsvoorziening</a>, die de werknemer als gevolg van de eindiging van het recht op uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0002470" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet Werkloosheidsvoorziening</a>niet heeft ontvangen.