BWBR0004046
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 53
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
1. De persoon die op de dag, voorafgaande aan die waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer en op die dag de leeftijd van 35 jaar nog niet heeft bereikt, en wiens arbeidsongeschiktheid als gevolg van het bepaalde in de Wijzigingswet AAW/WAO met ingang van een later gelegen dag minder bedraagt dan 80%, heeft met ingang van die later gelegen dag recht op aanvullende uitkering.
2. Geen recht op aanvullende uitkering heeft de persoon die niet voldoet aan de voorwaarden voor het recht op werkloosheidsuitkering, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0004045/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 15 tot en met 17 van de nieuwe Werkloosheidswet</a>, of op wie een uitsluitingsgrond als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004045/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19 van die wet</a>van toepassing is.
3. De duur van de aanvullende uitkering is voor de persoon, die op de dag, waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt:
a. jonger is dan 23 jaar: één jaar;
b. 23 jaar of ouder is, doch jonger dan 30 jaar: twee jaar;
c. 30 jaar of ouder is, doch jonger dan 35 jaar: drie jaar.
4. Indien de persoon die recht heeft op aanvullende uitkering gedurende de laatste vijf jaar voor de dag, waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, is, in afwijking van het derde lid, de duur van de aanvullende uitkering vijf jaar.
5. Het bedrag van de aanvullende uitkering wordt berekend met overeenkomstige toepassing van de <a href="/wet/BWBR0004045/artikel/44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 44 tot en met 47 van de nieuwe Werkloosheidswet</a>.
6. Dit artikel is slechts van toepassing indien de later gelegen dag, bedoeld in het eerste lid, niet later is gelegen dan binnen twee jaar na de dag, waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt en ten aanzien van de persoon, bedoeld in het derde lid, onderdeel <em>c</em>, niet eerder dan een jaar na de dag waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt. Onze Minister is bevoegd voor bepaalde categorieën personen andere tijdvakken dan als genoemd in de eerste volzin vast te stellen.
2. Geen recht op aanvullende uitkering heeft de persoon die niet voldoet aan de voorwaarden voor het recht op werkloosheidsuitkering, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0004045/artikel/15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 15 tot en met 17 van de nieuwe Werkloosheidswet</a>, of op wie een uitsluitingsgrond als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004045/artikel/19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 19 van die wet</a>van toepassing is.
3. De duur van de aanvullende uitkering is voor de persoon, die op de dag, waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt:
a. jonger is dan 23 jaar: één jaar;
b. 23 jaar of ouder is, doch jonger dan 30 jaar: twee jaar;
c. 30 jaar of ouder is, doch jonger dan 35 jaar: drie jaar.
4. Indien de persoon die recht heeft op aanvullende uitkering gedurende de laatste vijf jaar voor de dag, waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt, recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, is, in afwijking van het derde lid, de duur van de aanvullende uitkering vijf jaar.
5. Het bedrag van de aanvullende uitkering wordt berekend met overeenkomstige toepassing van de <a href="/wet/BWBR0004045/artikel/44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 44 tot en met 47 van de nieuwe Werkloosheidswet</a>.
6. Dit artikel is slechts van toepassing indien de later gelegen dag, bedoeld in het eerste lid, niet later is gelegen dan binnen twee jaar na de dag, waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt en ten aanzien van de persoon, bedoeld in het derde lid, onderdeel <em>c</em>, niet eerder dan een jaar na de dag waarop de Wijzigingswet AAW/WAO in werking treedt. Onze Minister is bevoegd voor bepaalde categorieën personen andere tijdvakken dan als genoemd in de eerste volzin vast te stellen.