BWBR0004046
Geldig vanaf 1987-01-01
Artikel 48
Invoeringswet stelselherziening sociale zekerheid
1. De persoon, die 21 jaar of ouder is, die voor de toepassing van de <a href="/wet/BWBR0004043" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Toeslagenwet</a>niet als gehuwd wordt aangemerkt en voor wie de algemene heffingskorting, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002471/artikel/22" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 22 van de Wet op de loonbelasting 1964</a>, maar niet de alleenstaande-ouderkorting, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011353/artikel/8.15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.15 van de Wet inkomstenbelasting 2001</a>, van toepassing is en die recht heeft op uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>, de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, de <a href="/wet/BWBR0008656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>of de <a href="/wet/BWBR0008657" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten</a>of meer van deze wetten gezamenlijk, in verband met een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, en berekend naar een dagloon als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019057/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 13 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen </a>dan wel <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>of een vervolgdagloon als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/21b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 21b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, dat ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0019057/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>en <a href="/wet/BWBR0002524/artikel/13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">13, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, of berekend naar een grondslag die ten minste gelijk is aan 70% van het minimumloon als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0008656/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, zevende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>, of <a href="/wet/BWBR0008657/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten</a>, heeft recht op en verhoging van zijn uitkering, indien zijn uitkering per dag, indien hij 21 jaar, 22 jaar, onderscheidenlijk 23 jaar of ouder is, minder bedraagt dan € 28,09, € 34,46, onderscheidenlijk € 44,25. per 1 juli 2007: € € 30,05, € 35,71, onderscheidenlijk € 46,53.
2. De in het eerste lid bedoelde verhoging bedraagt het verschil tussen het voor betrokkene geldende bedrag, genoemd in het eerste lid, en de uitkering per dag, doch ten hoogste het verschil tussen het voor betrokkene geldende bedrag, genoemd in het eerste lid, en 70% van het minimumloon, zijnde het minimumloon per maand, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>, gedeeld door 21,75, of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het minimumloon per maand dat voor zijn leeftijd geldt op grond van <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, derde lid van genoemde wet,</a>, gedeeld door 21,75.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder uitkering verstaan het totaalbedrag aan uitkering per dag op grond van de <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>, de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, de <a href="/wet/BWBR0008656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>en de <a href="/wet/BWBR0008657" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten</a>.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het aanmerken van de in het eerste lid bedoelde verhoging als een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>, de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, de <a href="/wet/BWBR0008656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>of de <a href="/wet/BWBR0008657" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten</a>.
5. De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden door Onze Minister herzien op dezelfde wijze en op hetzelfde tijdstip als waarop de bedragen, genoemd in <a href="/wet/BWBR0015703" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 3 van de Wet werk en bijstand</a>worden herzien, waarna de herziene bedragen voor de in het eerste lid genoemde bedragen in de plaats treden.
2. De in het eerste lid bedoelde verhoging bedraagt het verschil tussen het voor betrokkene geldende bedrag, genoemd in het eerste lid, en de uitkering per dag, doch ten hoogste het verschil tussen het voor betrokkene geldende bedrag, genoemd in het eerste lid, en 70% van het minimumloon, zijnde het minimumloon per maand, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag</a>, gedeeld door 21,75, of, indien het een persoon jonger dan 23 jaar betreft, het minimumloon per maand dat voor zijn leeftijd geldt op grond van <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, derde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0002638/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, derde lid van genoemde wet,</a>, gedeeld door 21,75.
3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onder uitkering verstaan het totaalbedrag aan uitkering per dag op grond van de <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>, de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, de <a href="/wet/BWBR0008656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>en de <a href="/wet/BWBR0008657" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten</a>.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake het aanmerken van de in het eerste lid bedoelde verhoging als een uitkering op grond van de <a href="/wet/BWBR0019057" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</a>, de <a href="/wet/BWBR0002524" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</a>, de <a href="/wet/BWBR0008656" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen</a>of de <a href="/wet/BWBR0008657" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten</a>.
5. De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden door Onze Minister herzien op dezelfde wijze en op hetzelfde tijdstip als waarop de bedragen, genoemd in <a href="/wet/BWBR0015703" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstuk 3 van de Wet werk en bijstand</a>worden herzien, waarna de herziene bedragen voor de in het eerste lid genoemde bedragen in de plaats treden.