BWBR0003127
Geldig vanaf 1998-03-18
Artikel 56a
Besluit bereiding en aflevering van farmaceutische producten
1. Op verzoek van de fabrikant, van de exporteur, of van de autoriteiten van een ander land dan een lid-staat, certificeert de hoofdinspecteur ten behoeve van een bepaald farmaceutisch product dat een fabrikant in het bezit is van een vergunning tot het bereiden van geneesmiddelen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de wet.
2. Bij het afgeven van een bereidingscertificaat als bedoeld in het eerste lid houdt de hoofdinspecteur rekening met de geldende administratieve voorschriften van de Wereldgezondheidsorganisatie. Hij zorgt, met betrekking tot een voor uitvoer bestemd en in Nederland reeds geregistreerd farmaceutisch product, voor een goedgekeurde samenvatting van de kenmerken van het product overeenkomstig artikel 2, eerste lid, onder m, van het Besluit registratie geneesmiddelen.
3. Een bereidingscertificaat voor een farmaceutisch product dat niet is geregistreerd, wordt slechts verleend indien de fabrikant aan de hoofdinspecteur een verklaring overlegt, waarin wordt uiteengezet waarom het product niet is geregistreerd.
2. Bij het afgeven van een bereidingscertificaat als bedoeld in het eerste lid houdt de hoofdinspecteur rekening met de geldende administratieve voorschriften van de Wereldgezondheidsorganisatie. Hij zorgt, met betrekking tot een voor uitvoer bestemd en in Nederland reeds geregistreerd farmaceutisch product, voor een goedgekeurde samenvatting van de kenmerken van het product overeenkomstig artikel 2, eerste lid, onder m, van het Besluit registratie geneesmiddelen.
3. Een bereidingscertificaat voor een farmaceutisch product dat niet is geregistreerd, wordt slechts verleend indien de fabrikant aan de hoofdinspecteur een verklaring overlegt, waarin wordt uiteengezet waarom het product niet is geregistreerd.