BWBR0047689
Geldig vanaf 2025-10-10
Artikel 3.2.8
Subsidieregeling JTF 2021–2027
1. In afwijking van artikel 1.11komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a. voor kosten van investeringen: 1° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor gebouwen, nader bepaald als de koopsom en overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde verbouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
2° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor duurzame bedrijfsuitrusting, nader bepaald als de koopsom, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
1° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor gebouwen, nader bepaald als de koopsom en overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde verbouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
2° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor duurzame bedrijfsuitrusting, nader bepaald als de koopsom, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
b. kosten voor investeringen als bedoeld in onderdeel a komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking, voor zover: 1° deze zijn geactiveerd op de balans;
2° niet hoger zijn dan de taxatiewaarde, vastgesteld door een beëdigd taxateur;
3° niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen;
1° deze zijn geactiveerd op de balans;
2° niet hoger zijn dan de taxatiewaarde, vastgesteld door een beëdigd taxateur;
3° niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen;
c. voor infrastructurele kosten: 1° infrastructuur die noodzakelijk geacht wordt voor de diversificatie en transformatie van het circulaire en klimaatneutrale bedrijfsleven in het werkingsgebied en die bijdraagt aan de transitie naar hernieuwbare energie en hernieuwbare of circulaire grondstoffen of bijdraagt aan het oplossen van lokale netcongestie;
2° proceskosten die rechtstreeks samenhangen met de planvoorbereiding van infrastructuur.
1° infrastructuur die noodzakelijk geacht wordt voor de diversificatie en transformatie van het circulaire en klimaatneutrale bedrijfsleven in het werkingsgebied en die bijdraagt aan de transitie naar hernieuwbare energie en hernieuwbare of circulaire grondstoffen of bijdraagt aan het oplossen van lokale netcongestie;
2° proceskosten die rechtstreeks samenhangen met de planvoorbereiding van infrastructuur.
d. voor kosten van bij- en omscholing: 1° andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
2° in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonverletkosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
1° andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
2° in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonverletkosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
2. Een investering in duurzame bedrijfsuitrusting mag niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij de bedrijfsuitrusting willekeurig kan worden afgeschreven op grond van fiscale regelgeving.
3. Onverminderd artikel 1.15komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidieontvanger heeft gekregen van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
b. immateriële vaste activa als bedoeld in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
a. voor kosten van investeringen: 1° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor gebouwen, nader bepaald als de koopsom en overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde verbouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
2° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor duurzame bedrijfsuitrusting, nader bepaald als de koopsom, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
1° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor gebouwen, nader bepaald als de koopsom en overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde verbouwkosten, exclusief de financieringskosten en de overdrachtsbelasting, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
2° andere kosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, voor duurzame bedrijfsuitrusting, nader bepaald als de koopsom, of ingeval van huurkoop of financial lease de aanschafwaarde;
b. kosten voor investeringen als bedoeld in onderdeel a komen uitsluitend voor subsidie in aanmerking, voor zover: 1° deze zijn geactiveerd op de balans;
2° niet hoger zijn dan de taxatiewaarde, vastgesteld door een beëdigd taxateur;
3° niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen;
1° deze zijn geactiveerd op de balans;
2° niet hoger zijn dan de taxatiewaarde, vastgesteld door een beëdigd taxateur;
3° niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen;
c. voor infrastructurele kosten: 1° infrastructuur die noodzakelijk geacht wordt voor de diversificatie en transformatie van het circulaire en klimaatneutrale bedrijfsleven in het werkingsgebied en die bijdraagt aan de transitie naar hernieuwbare energie en hernieuwbare of circulaire grondstoffen of bijdraagt aan het oplossen van lokale netcongestie;
2° proceskosten die rechtstreeks samenhangen met de planvoorbereiding van infrastructuur.
1° infrastructuur die noodzakelijk geacht wordt voor de diversificatie en transformatie van het circulaire en klimaatneutrale bedrijfsleven in het werkingsgebied en die bijdraagt aan de transitie naar hernieuwbare energie en hernieuwbare of circulaire grondstoffen of bijdraagt aan het oplossen van lokale netcongestie;
2° proceskosten die rechtstreeks samenhangen met de planvoorbereiding van infrastructuur.
d. voor kosten van bij- en omscholing: 1° andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
2° in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonverletkosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
1° andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
2° in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonverletkosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
2. Een investering in duurzame bedrijfsuitrusting mag niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij de bedrijfsuitrusting willekeurig kan worden afgeschreven op grond van fiscale regelgeving.
3. Onverminderd artikel 1.15komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidieontvanger heeft gekregen van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
b. immateriële vaste activa als bedoeld in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.