BWBR0047689
Geldig vanaf 2025-10-10
Artikel 1.13
Subsidieregeling JTF 2021–2027
1. In afwijking van artikel 1.12kunnen de kosten, bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, worden berekend met inbegrip van de kosten, bedoeld in de onderdelen d tot en met f van dat artikellid door:
a. het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 73; of
b. als een vast percentage van een maandtarief van € 10.400 per werknemer bij een voltijd dienstverband van 1.720 uur per jaar, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project heeft gewerkt, zonder de verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten.
2. De subsidieontvanger stelt een document op met vermelding van de namen van de werknemers, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het vaste percentage, bedoeld in dat onderdeel, en houdt dat document beschikbaar in zijn administratie.
3. Indien een vast uurtarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gehanteerd, kan het totale aantal voor een bepaald jaar per werknemer gedeclareerde uren niet meer bedragen dan 1.720 uren bij een voltijd dienstverband of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband.
4. De berekeningsmethoden, bedoeld in het eerste lid, kunnen binnen een project niet worden gehanteerd in combinatie met de berekeningsmethoden, bedoeld in artikel 1.12, eerste lid.
5. Indien een subsidieontvanger de integrale kostensystematiek, bedoeld in artikel 1.12, tweede lid, hanteert binnen een project, kunnen de berekeningsmethoden, bedoeld in het eerste lid, gehanteerd worden door, indien van toepassing, de andere subsidieontvangers binnen hetzelfde project.
6. Indien de in het vijfde lid omschreven combinatie binnen een project wordt toegepast, kunnen de kosten, bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, aanhef en onderdelen d tot en met f, niet apart worden toegerekend aan het project.
a. het aantal aan het project te besteden uren te vermenigvuldigen met een vast uurtarief van € 73; of
b. als een vast percentage van een maandtarief van € 10.400 per werknemer bij een voltijd dienstverband van 1.720 uur per jaar, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project heeft gewerkt, zonder de verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten.
2. De subsidieontvanger stelt een document op met vermelding van de namen van de werknemers, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het vaste percentage, bedoeld in dat onderdeel, en houdt dat document beschikbaar in zijn administratie.
3. Indien een vast uurtarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt gehanteerd, kan het totale aantal voor een bepaald jaar per werknemer gedeclareerde uren niet meer bedragen dan 1.720 uren bij een voltijd dienstverband of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband.
4. De berekeningsmethoden, bedoeld in het eerste lid, kunnen binnen een project niet worden gehanteerd in combinatie met de berekeningsmethoden, bedoeld in artikel 1.12, eerste lid.
5. Indien een subsidieontvanger de integrale kostensystematiek, bedoeld in artikel 1.12, tweede lid, hanteert binnen een project, kunnen de berekeningsmethoden, bedoeld in het eerste lid, gehanteerd worden door, indien van toepassing, de andere subsidieontvangers binnen hetzelfde project.
6. Indien de in het vijfde lid omschreven combinatie binnen een project wordt toegepast, kunnen de kosten, bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, aanhef en onderdelen d tot en met f, niet apart worden toegerekend aan het project.