BWBR0047689
Geldig vanaf 2025-10-10
Artikel 2.1.2
Subsidieregeling JTF 2021–2027
1. Het doel van de subsidie op grond van deze titel is transformatie en diversificatie van de regionale economie en arbeidsmarkt conform het regionaal transitieplan. Deze transformatie wordt gerealiseerd in de vorm van steun aan een investeringsproject in de proces- en maakindustrie of de scheepsbouw en de daarbij behorende scholing van nieuw of bestaand personeel in het werken binnen en met de te realiseren investeringen.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen:
a. Spoor 1 en Spoor 2 voor de investeringen onder deze openstellingen;
b. Spoor 3 voor de opleidingscomponent.
2. Aanvrager draagt met de investeringen in het project bij aan de ontwikkeling van één of meer nieuwe waardeketens of industriële ecosystemen binnen de vier transities die zijn opgenomen in de regionale innovatiestrategie:
a. van een lineaire naar een circulaire economie;
b. van fossiele naar hernieuwbare energie;
c. van zorg naar duurzame gezondheid; of
d. van analoog naar digitaal.
3. Een aanvrager draagt met de om- of bijscholing van bestaande of nieuwe werknemers in het project bij aan het versterken van de competenties en vaardigheden van bestaande en nieuwe werknemers, niet zijnde standaardwerkzaamheden. Deze competenties en vaardigheden hangen voor de werkgever samen met de inzetbaarheid van deelnemers in het werken met de investeringen. Deze competenties en vaardigheden zijn voor de deelnemers gericht op hun toekomstbestendige inzetbaarheid op de arbeidsmarkt binnen de vier transities, bedoeld in het derde lid.
Projecten waaraan op basis van deze titel subsidie wordt verleend, passen binnen:
a. Spoor 1 en Spoor 2 voor de investeringen onder deze openstellingen;
b. Spoor 3 voor de opleidingscomponent.
2. Aanvrager draagt met de investeringen in het project bij aan de ontwikkeling van één of meer nieuwe waardeketens of industriële ecosystemen binnen de vier transities die zijn opgenomen in de regionale innovatiestrategie:
a. van een lineaire naar een circulaire economie;
b. van fossiele naar hernieuwbare energie;
c. van zorg naar duurzame gezondheid; of
d. van analoog naar digitaal.
3. Een aanvrager draagt met de om- of bijscholing van bestaande of nieuwe werknemers in het project bij aan het versterken van de competenties en vaardigheden van bestaande en nieuwe werknemers, niet zijnde standaardwerkzaamheden. Deze competenties en vaardigheden hangen voor de werkgever samen met de inzetbaarheid van deelnemers in het werken met de investeringen. Deze competenties en vaardigheden zijn voor de deelnemers gericht op hun toekomstbestendige inzetbaarheid op de arbeidsmarkt binnen de vier transities, bedoeld in het derde lid.