BWBR0047689
Geldig vanaf 2025-10-10
Artikel 3.2.7
Subsidieregeling JTF 2021–2027
1. De subsidie bedraagt voor een:
a. kleine onderneming maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten;
b. middelgrote onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
c. grote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
2. De subsidie bedraagt voor opleidingskosten maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
3. De subsidie voor investeringskosten in een project bedraagt maximaal € 4.000.000 per project.
4. De subsidie bedraagt niet meer dan de maximale steunruimte op basis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, te berekenen op basis van de volgende artikelen van de Algemene groepsvrijstellingsverordening:
a. artikelen 13 en 14 inzake regionale investeringssteun en artikel 36, 36 bis, 38, 38 bis, 41, 47 en 56 ter voor investeringskosten;
b. artikel 31 inzake opleidingssteun inzake kosten voor om-of bijscholing.
a. kleine onderneming maximaal 30 procent van de subsidiabele kosten;
b. middelgrote onderneming maximaal 20 procent van de subsidiabele kosten;
c. grote onderneming maximaal 10 procent van de subsidiabele kosten.
2. De subsidie bedraagt voor opleidingskosten maximaal 50 procent van de subsidiabele kosten.
3. De subsidie voor investeringskosten in een project bedraagt maximaal € 4.000.000 per project.
4. De subsidie bedraagt niet meer dan de maximale steunruimte op basis van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, te berekenen op basis van de volgende artikelen van de Algemene groepsvrijstellingsverordening:
a. artikelen 13 en 14 inzake regionale investeringssteun en artikel 36, 36 bis, 38, 38 bis, 41, 47 en 56 ter voor investeringskosten;
b. artikel 31 inzake opleidingssteun inzake kosten voor om-of bijscholing.