BWBR0047689
Geldig vanaf 2025-10-10
Artikel 2.11.8
Subsidieregeling JTF 2021–2027
1. In afwijking van artikel 1.11komen uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking voor zover zij direct verbonden zijn met de uitvoering van het project:
a. loonkosten inclusief overheadkosten voor de begeleiding van langdurig werkzoekenden;
b. loonkosten van in dienst genomen langdurig werkzoekenden tegen maximaal het minimumloon voor een maximale termijn van 18 maanden; of
c. overige kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt voor medewerkers die op basis van het minimumloon werken in afwijking van artikel 1.12, eerste lid, onderdeel a respectievelijk b:
a. het vaste uurtarief vastgesteld op € 20,90;
b. het vaste percentage voor een voltijd dienstverband berekend over een maandtarief van € 2.892 per werknemer, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vooraf vastgestelde vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project werkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten.
3. Artikel 1.11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
a. loonkosten inclusief overheadkosten voor de begeleiding van langdurig werkzoekenden;
b. loonkosten van in dienst genomen langdurig werkzoekenden tegen maximaal het minimumloon voor een maximale termijn van 18 maanden; of
c. overige kosten waarvoor een factuur of document met gelijkwaardige bewijskracht kan worden overgelegd.
2. Bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt voor medewerkers die op basis van het minimumloon werken in afwijking van artikel 1.12, eerste lid, onderdeel a respectievelijk b:
a. het vaste uurtarief vastgesteld op € 20,90;
b. het vaste percentage voor een voltijd dienstverband berekend over een maandtarief van € 2.892 per werknemer, of een evenredig deel daarvan bij een deeltijd dienstverband, overeenkomstig het vooraf vastgestelde vaste percentage van de tijd dat de werknemer per maand aan het project werkt en zonder verplichting om een afzonderlijk arbeidstijdregistratiesysteem op te zetten.
3. Artikel 1.11, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.