BWBR0047689
Geldig vanaf 2025-10-10
Artikel 2.8.8
Subsidieregeling JTF 2021–2027
1. In afwijking van artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f, komen kosten van investeringen alleen voor subsidie in aanmerking, voor zover deze:
a. worden geactiveerd op de balans;
b. niet hoger zijn dan de taxatiewaarde; en
c. niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen.
2. In afwijking van artikel 1.11komen voor kosten van her, bij- en omscholing uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a. andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
b. in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonverletkosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
3. In aanvulling op artikel 1.15, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidieontvanger heeft verkregen van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
b. investeringen in niet permanent op de bedrijfslocatie aanwezige duurzame bedrijfsuitrusting;
c. immateriële vaste activa als omschreven in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
d. zelfstandige investeringen in gebouwgebonden duurzame energie-opwekkers;
e. kosten van investeringen waarvoor onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag;
f. kosten van training en opleiding waarvoor verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag.
a. worden geactiveerd op de balans;
b. niet hoger zijn dan de taxatiewaarde; en
c. niet binnen twee jaar worden afgeschreven, tenzij het duurzame bedrijfsuitrusting is die met toepassing van de artikelen 3.31 tot en met 3.35 van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 is aangewezen.
2. In afwijking van artikel 1.11komen voor kosten van her, bij- en omscholing uitsluitend de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:
a. andere kosten voor opleiding en training als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel f;
b. in geval van opleiding en training voor competenties en vaardigheden niet zijnde standaardwerkzaamheden: loonverletkosten als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, onderdeel b, voor de uren die medewerkers in dienst van de aanvrager deelnemen aan bij- en omscholing.
3. In aanvulling op artikel 1.15, komen de volgende kosten niet voor subsidie in aanmerking:
a. investeringen in bedrijfsgebouwen of duurzame bedrijfsuitrusting die de subsidieontvanger heeft verkregen van een natuurlijk persoon of rechtspersoon die tot hetzelfde concern behoort;
b. investeringen in niet permanent op de bedrijfslocatie aanwezige duurzame bedrijfsuitrusting;
c. immateriële vaste activa als omschreven in artikel 365 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
d. zelfstandige investeringen in gebouwgebonden duurzame energie-opwekkers;
e. kosten van investeringen waarvoor onomkeerbare verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag;
f. kosten van training en opleiding waarvoor verplichtingen zijn aangegaan voor ontvangst van de aanvraag.