BWBR0047689
Geldig vanaf 2025-10-10
Artikel 2.4.4
Subsidieregeling JTF 2021–2027
1. Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor activiteiten die de fysieke of niet-fysieke opleidingsinfrastructuur versterken door:
a. de initiële opbouw of doorontwikkeling van campusorganisaties, als innovatie-ecosysteem gericht op organisatievermogen of programmatische ontwikkeling ten aanzien van om-, her- of bijscholing;
b. de realisatie van fysieke onderwijs- locaties, met inbegrip van inrichting en machines, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een of meer van de activiteiten uit de onderdelen c tot en met e;
c. de ontwikkeling van aanpakken waarin kennisontwikkeling, scholing, onderzoek dan wel toegepast onderzoek en leven lang ontwikkelen worden geïntegreerd, ten dienste worden gesteld aan bedrijven, werknemers of werkzoekenden of op een toegankelijke manier beschikbaar wordt gesteld voor inwoners uit de directe omgeving;
d. de omzetting van ontwikkelde kennis, met inbegrip van sociale innovatie en strategisch personeelsbeleid, van bedrijven en kennisinstellingen in lesprogramma’s, curricula, doorlopende leerlijnen en een flexibel onderwijsaanbod ten behoeve van leven lang ontwikkelen; of
e. een pakket aan modulaire scholingstrajecten dat kan worden ingezet voor bedrijven, werknemers of werkzoekenden.
2. Projecten bestaan uit activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, aangevuld met activiteiten onder minimaal één van de onderdelen c tot en met e van het eerste lid.
3. Investeringen in fysieke voorzieningen komen alleen voor subsidie in aanmerking wanneer deze plaatsvinden op een locatie gelegen in het werkingsgebied.
a. de initiële opbouw of doorontwikkeling van campusorganisaties, als innovatie-ecosysteem gericht op organisatievermogen of programmatische ontwikkeling ten aanzien van om-, her- of bijscholing;
b. de realisatie van fysieke onderwijs- locaties, met inbegrip van inrichting en machines, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een of meer van de activiteiten uit de onderdelen c tot en met e;
c. de ontwikkeling van aanpakken waarin kennisontwikkeling, scholing, onderzoek dan wel toegepast onderzoek en leven lang ontwikkelen worden geïntegreerd, ten dienste worden gesteld aan bedrijven, werknemers of werkzoekenden of op een toegankelijke manier beschikbaar wordt gesteld voor inwoners uit de directe omgeving;
d. de omzetting van ontwikkelde kennis, met inbegrip van sociale innovatie en strategisch personeelsbeleid, van bedrijven en kennisinstellingen in lesprogramma’s, curricula, doorlopende leerlijnen en een flexibel onderwijsaanbod ten behoeve van leven lang ontwikkelen; of
e. een pakket aan modulaire scholingstrajecten dat kan worden ingezet voor bedrijven, werknemers of werkzoekenden.
2. Projecten bestaan uit activiteiten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, aangevuld met activiteiten onder minimaal één van de onderdelen c tot en met e van het eerste lid.
3. Investeringen in fysieke voorzieningen komen alleen voor subsidie in aanmerking wanneer deze plaatsvinden op een locatie gelegen in het werkingsgebied.