BWBR0047689
Geldig vanaf 2025-10-10
Artikel 2.3.4
Subsidieregeling JTF 2021–2027
1. Subsidie op grond van deze titel kan worden verstrekt voor:
a. investeringen in collectieve infrastructuur, utiliteiten en slimme opslagsystemen ten behoeve van diversificatie en transformatie van industrie naar 0-emissie, hernieuwbare energie en grondstoffen of circulaire grondstoffen; of
b. proceskosten die rechtstreeks samenhangen met de planvoorbereiding van infrastructuur buiten industrieterreinen.
2. Voor subsidie komen niet in aanmerking:
a. gereguleerde infrastructuur;
b. (rest)warmte-infrastructuur waar geen uitzicht is op volledig duurzame opwekking van warmte;
c. opwekking, transport of opslag van fossiele energie;
d. opwekking, transport of opslag van waterstof die niet geproduceerd is via waterelektrolyse op basis van hernieuwbare elektriciteit, of door middel van superkritische en thermische vergassing van biogeen afval of getorreficeerde biomassa;
e. investeringen in opwekking van duurzame energie;
f. specifieke infrastructuur;
g. ondergrondse CO2-opslag op land;
h. investeringssteun voor publiek toegankelijke oplaad- of tankinfrastructuur voor emissiearme of emissievrije wegvoertuigen; en
i. steun voor het distributienetwerkgedeelte van de energie-efficiënte stadsverwarmings- en stadskoelingsinstallatie.
a. investeringen in collectieve infrastructuur, utiliteiten en slimme opslagsystemen ten behoeve van diversificatie en transformatie van industrie naar 0-emissie, hernieuwbare energie en grondstoffen of circulaire grondstoffen; of
b. proceskosten die rechtstreeks samenhangen met de planvoorbereiding van infrastructuur buiten industrieterreinen.
2. Voor subsidie komen niet in aanmerking:
a. gereguleerde infrastructuur;
b. (rest)warmte-infrastructuur waar geen uitzicht is op volledig duurzame opwekking van warmte;
c. opwekking, transport of opslag van fossiele energie;
d. opwekking, transport of opslag van waterstof die niet geproduceerd is via waterelektrolyse op basis van hernieuwbare elektriciteit, of door middel van superkritische en thermische vergassing van biogeen afval of getorreficeerde biomassa;
e. investeringen in opwekking van duurzame energie;
f. specifieke infrastructuur;
g. ondergrondse CO2-opslag op land;
h. investeringssteun voor publiek toegankelijke oplaad- of tankinfrastructuur voor emissiearme of emissievrije wegvoertuigen; en
i. steun voor het distributienetwerkgedeelte van de energie-efficiënte stadsverwarmings- en stadskoelingsinstallatie.