BWBR0047689
Geldig vanaf 2025-10-10
Artikel 1.32
Subsidieregeling JTF 2021–2027
1. De subsidieontvanger dient een aanvraag tot subsidievaststelling uiterlijk binnen dertien weken na afloop van de projectperiode in. Bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie wordt een verantwoording en een einddeclaratie gevoegd.
2. Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder namens hen de aanvraag tot subsidievaststelling in.
3. De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in door middel van een door de Minister van SZW beschikbaar gesteld elektronisch formulier, dat beschikbaar is op een in de hoofdstukken 2 tot en met 8vermelde website.
4. Bij een aanvraag tot subsidievaststelling wordt in voorkomend geval mededeling gedaan van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft is gefinancierd.
5. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat in ieder geval:
a. gegevens over de subsidieontvanger, waaronder naam, adres en het door de minister toegekende referentienummer; en
b. gegevens over de hoogte van de gemaakte en betaalde subsidiabele kosten.
6. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor de uitvoering van een project gaat vergezeld van:
a. een inhoudelijk eindverslag;
b. bewijsstukken ter onderbouwing van de gerapporteerde waarde of waarden voor de output- en resultaatindicatoren;
c. een financieel verslag; en
d. het burgerservicenummer van de deelnemers aan het project, bij activiteiten als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdelen k, l, m en o, van de JTF-verordening.
7. Het inhoudelijk eindverslag, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, bevat ten minste:
a. een beschrijving van de activiteiten die in het kader van het project zijn verricht; en
b. een evaluatie van de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de doelstellingen, omschreven in het projectplan dat onderdeel vormt van de beschikking tot subsidieverlening.
8. Indien een aanvraag tot vaststelling van een subsidie vergezeld gaat van een aanvraag van een voorschot als bedoeld in artikel 1.31, zijn het zevende en achtste lid van dat artikel onverminderd van toepassing.
2. Indien subsidieontvangers samenwerken in een samenwerkingsverband, dient de penvoerder namens hen de aanvraag tot subsidievaststelling in.
3. De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in door middel van een door de Minister van SZW beschikbaar gesteld elektronisch formulier, dat beschikbaar is op een in de hoofdstukken 2 tot en met 8vermelde website.
4. Bij een aanvraag tot subsidievaststelling wordt in voorkomend geval mededeling gedaan van andere inkomsten, waaronder subsidies, waarmee de activiteit waarop de subsidie betrekking heeft is gefinancierd.
5. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat in ieder geval:
a. gegevens over de subsidieontvanger, waaronder naam, adres en het door de minister toegekende referentienummer; en
b. gegevens over de hoogte van de gemaakte en betaalde subsidiabele kosten.
6. Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor de uitvoering van een project gaat vergezeld van:
a. een inhoudelijk eindverslag;
b. bewijsstukken ter onderbouwing van de gerapporteerde waarde of waarden voor de output- en resultaatindicatoren;
c. een financieel verslag; en
d. het burgerservicenummer van de deelnemers aan het project, bij activiteiten als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdelen k, l, m en o, van de JTF-verordening.
7. Het inhoudelijk eindverslag, bedoeld in het zesde lid, onderdeel a, bevat ten minste:
a. een beschrijving van de activiteiten die in het kader van het project zijn verricht; en
b. een evaluatie van de mate waarin de activiteiten hebben bijgedragen aan de doelstellingen, omschreven in het projectplan dat onderdeel vormt van de beschikking tot subsidieverlening.
8. Indien een aanvraag tot vaststelling van een subsidie vergezeld gaat van een aanvraag van een voorschot als bedoeld in artikel 1.31, zijn het zevende en achtste lid van dat artikel onverminderd van toepassing.