BWBR0038602
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 8
Algemeen besluit erkenning EU-beroepskwalificaties
1. Een op grond van artikel 6, tweede lid, j° artikel 28, eerste lid, van de wetafgegeven Europese beroepskaart is twaalf maanden geldig. De dienstverrichter aan wie door Onze minister die het aangaat een Europese beroepskaart is afgegeven, kan een aanvraag voor verlenging van de Europese beroepskaart indienen bij Onze minister die het aangaat.
2. Onze minister die het aangaat kan op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, de Europese beroepskaart verlengen voor een periode van twaalf maanden.
3. In het geval, bedoeld in het eerste lid, verschaft de dienstverrichter aan Onze minister die het aangaat alle informatie omtrent wezenlijke veranderingen met betrekking tot de documenten die de dienstverrichter in het kader van de aanvraag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, heeft ingediend bij de bevoegde autoriteit in de andere betrokken staat op grond van artikel 4 ter, tweede lid, van de richtlijn j° artikel 10, eerste lid, tweede alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/983 dan wel bij Onze minister die het aangaat ingevolge de artikelen 12, tweede lid, 15, vierde lid en 18, tweede lid van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/983.
2. Onze minister die het aangaat kan op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, de Europese beroepskaart verlengen voor een periode van twaalf maanden.
3. In het geval, bedoeld in het eerste lid, verschaft de dienstverrichter aan Onze minister die het aangaat alle informatie omtrent wezenlijke veranderingen met betrekking tot de documenten die de dienstverrichter in het kader van de aanvraag, bedoeld in artikel 6, eerste lid, heeft ingediend bij de bevoegde autoriteit in de andere betrokken staat op grond van artikel 4 ter, tweede lid, van de richtlijn j° artikel 10, eerste lid, tweede alinea, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/983 dan wel bij Onze minister die het aangaat ingevolge de artikelen 12, tweede lid, 15, vierde lid en 18, tweede lid van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/983.