BWBR0038602
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 36
Algemeen besluit erkenning EU-beroepskwalificaties
1. Indien een Europese beroepskaart is ingevoerd voor een beroep dat geen gereglementeerd beroep is in Nederland, kan een aanvraag voor een Europese beroepskaart voor dat beroep worden ingediend bij Onze minister, door:
a. de uitgaande beroepsbeoefenaar, bedoeld in artikel 9;
b. de uitgaande dienstverrichter, bedoeld in artikel 17;
c. de uitgaande dienstverrichter, bedoeld in artikel 26.
2. Op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is titel 2.2van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat «Onze minister die het aangaat» telkens wordt gelezen als «Onze minister».
3. Titel 2.3alsmede de artikelen 34cen 35 van de wet, zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat «Onze minister die het aangaat» telkens wordt gelezen als «Onze minister».
a. de uitgaande beroepsbeoefenaar, bedoeld in artikel 9;
b. de uitgaande dienstverrichter, bedoeld in artikel 17;
c. de uitgaande dienstverrichter, bedoeld in artikel 26.
2. Op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid is titel 2.2van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat «Onze minister die het aangaat» telkens wordt gelezen als «Onze minister».
3. Titel 2.3alsmede de artikelen 34cen 35 van de wet, zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat «Onze minister die het aangaat» telkens wordt gelezen als «Onze minister».