1. Indien in Nederland door een rechterlijke instantie of andere bij of krachtens de wet bevoegde instantie aan een houder van een Europese beroepskaart een verbod of een beperking is opgelegd op de beroepsuitoefening met het oog waarop de beroepskaart werd afgegeven, actualiseert Onze minister die het aangaat het IMI-bestand van de kaarthouder met informatie over het verbod of de beperking, in geval van een migrerende beroepsbeoefenaar:
a. wiens Europese beroepskaart door Onze minister die het aangaat is afgegeven;
b. wiens Europese beroepskaart is afgegeven door een bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland nadat Onze minister die het aangaat de aanvraag heeft verzonden aan de betrokken bevoegde autoriteit op grond van artikel 16, eerste lid of artikel 22; of
c. die in het bezit is van een Europese beroepskaart die op grond van artikel 4 quater van de richtlijn is afgegeven door een andere betrokken staat met het oog op tijdelijke en incidentele dienstverrichting in Nederland.
2. De actualisatie, bedoeld in het eerste lid, geschiedt zo spoedig mogelijk nadat ingevolge het verbod of de beperking de uitoefening van het betrokken beroep daadwerkelijk niet of slechts beperkt mag geschieden.
3. De informatie, bedoeld in het eerste lid, beperkt zich tot:
a. de identiteit van de betreffende migrerende beroepsbeoefenaar;
b. het betrokken beroep;
c. informatie over de rechterlijke instantie of andere bij of krachtens de wet bevoegde instantie die het verbod of de beperking heeft opgelegd;
d. de reikwijdte van de beperking of het verbod;
e. de periode gedurende welke het verbod of de beperking van kracht is.
4. De actualisatie, bedoeld in het eerste lid, omvat mede het zo spoedig mogelijk verwijderen van gegevens die niet langer noodzakelijk zijn.
5. De rechterlijke instanties en andere bij of krachtens de wet bevoegde instanties, bedoeld in het eerste lid, verstrekken Onze minister die het aangaat de informatie, bedoeld in het derde lid. De verstrekking kan ook geschieden door of via andere daartoe aangewezen instanties of personen.
6. Het besluit tot de actualisatie, bedoeld in het eerste lid, is een besluit als bedoeld in
artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Van dit besluit wordt de migrerende beroepsbeoefenaar schriftelijk in kennis gesteld op hetzelfde moment als waarop de actualisatie wordt verricht.
7. In geval van een ingesteld bezwaar of beroep tegen het besluit tot de actualisatie van het IMI-bestand kan Onze minister die het aangaat in verband met de afhandeling van dat bezwaar of beroep, gegevens in verband met de actualisatie verwerken voor zover dit noodzakelijk is met het oog op die afhandeling.
8. Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gesteld voor de uitvoering van dit artikel. Deze voorschriften kunnen onder meer inhouden:
a. een nadere bepaling van welke verboden en beperkingen de actualisatie kan betreffen; en
b. regels over de voor de toepassing van dit artikel noodzakelijke verwerking van persoonsgegevens.