BWBR0038602
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 10
Algemeen besluit erkenning EU-beroepskwalificaties
Indien voor een beroep een Europese beroepskaart is ingevoerd, kan de uitgaande beroepsbeoefenaar bij Onze minister die het aangaat een aanvraag indienen voor het verkrijgen van een Europese beroepskaart voor het desbetreffende beroep, indien hij:
a. rechtmatig in Nederland is gevestigd om er de betrokken werkzaamheden uit te oefenen;
b. niet in Nederland of in een andere betrokken staat is gevestigd als bedoeld in onderdeel a, en in het bezit is van een in Nederland behaalde beroepskwalificatie die is vereist voor de toegang tot of uitoefening van het betrokken beroep in de andere betrokken staat; of
c. niet in Nederland of in een andere betrokken staat is gevestigd als bedoeld in onderdeel a, en in Nederland een beroepservaring van ten minste drie jaar heeft opgedaan in het betrokken beroep op basis van een in een derde land afgegeven opleidingstitel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de richtlijn.
a. rechtmatig in Nederland is gevestigd om er de betrokken werkzaamheden uit te oefenen;
b. niet in Nederland of in een andere betrokken staat is gevestigd als bedoeld in onderdeel a, en in het bezit is van een in Nederland behaalde beroepskwalificatie die is vereist voor de toegang tot of uitoefening van het betrokken beroep in de andere betrokken staat; of
c. niet in Nederland of in een andere betrokken staat is gevestigd als bedoeld in onderdeel a, en in Nederland een beroepservaring van ten minste drie jaar heeft opgedaan in het betrokken beroep op basis van een in een derde land afgegeven opleidingstitel als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de richtlijn.