BWBR0038602
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 32
Algemeen besluit erkenning EU-beroepskwalificaties
1. De toegang tot het IMI-bestand is voorbehouden aan Onze minister die het aangaat.
2. Onze minister die het aangaat stelt de migrerende beroepsbeoefenaar die houder is van een Europese beroepskaart op diens verzoek in kennis van de inhoud van zijn IMI-bestand, indien het een Europese beroepskaart betreft die:
a. is afgegeven door Onze minister die het aangaat;
b. is afgegeven door een bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland nadat Onze minister die het aangaat de aanvraag aan die bevoegde autoriteit heeft verzonden op grond van artikel 16, eerste lid of artikel 26;
c. op grond van artikel 4 quater van de richtlijn in een andere betrokken staat dan Nederland is afgegeven aan een dienstverrichter met het oog op dienstverrichting in Nederland.
3. De migrerende beroepsbeoefenaar, bedoeld in het tweede lid, kan Onze minister die het aangaat op elk moment verzoeken om correctie van onjuiste of onvolledige gegevens in zijn IMI-bestand dan wel om verwijdering of afscherming van zijn IMI-bestand. Onze minister die het aangaat brengt geen kosten in rekening ten aanzien van het verzoek.
4. Onze minister die het aangaat stelt de migrerende beroepsbeoefenaar aan wie hij een Europese beroepskaart afgeeft, op het moment van afgifte in kennis van diens recht tot het doen van een verzoek als bedoeld in het derde lid.
5. Indien een IMI-bestand dat wordt verwijderd op een verzoek daartoe als bedoeld in het derde lid, is gekoppeld aan een nog geldige Europese beroepskaart die werd verstrekt op grond van afdeling 2.1.1respectievelijk de artikelen 6en 7, verstrekt Onze minister die het aangaat aan de desbetreffende migrerende beroepsbeoefenaar een attest waaruit blijkt dat diens beroepskwalificaties zijn erkend als bedoeld in artikel 5 van de wetrespectievelijk dat de migrerende beroepsbeoefenaar aan de voorwaarden voldoet voor het tijdelijk en incidenteel verrichten van diensten in een gereglementeerd beroep als bedoeld in artikel 27 van de wet.
2. Onze minister die het aangaat stelt de migrerende beroepsbeoefenaar die houder is van een Europese beroepskaart op diens verzoek in kennis van de inhoud van zijn IMI-bestand, indien het een Europese beroepskaart betreft die:
a. is afgegeven door Onze minister die het aangaat;
b. is afgegeven door een bevoegde autoriteit van een andere betrokken staat dan Nederland nadat Onze minister die het aangaat de aanvraag aan die bevoegde autoriteit heeft verzonden op grond van artikel 16, eerste lid of artikel 26;
c. op grond van artikel 4 quater van de richtlijn in een andere betrokken staat dan Nederland is afgegeven aan een dienstverrichter met het oog op dienstverrichting in Nederland.
3. De migrerende beroepsbeoefenaar, bedoeld in het tweede lid, kan Onze minister die het aangaat op elk moment verzoeken om correctie van onjuiste of onvolledige gegevens in zijn IMI-bestand dan wel om verwijdering of afscherming van zijn IMI-bestand. Onze minister die het aangaat brengt geen kosten in rekening ten aanzien van het verzoek.
4. Onze minister die het aangaat stelt de migrerende beroepsbeoefenaar aan wie hij een Europese beroepskaart afgeeft, op het moment van afgifte in kennis van diens recht tot het doen van een verzoek als bedoeld in het derde lid.
5. Indien een IMI-bestand dat wordt verwijderd op een verzoek daartoe als bedoeld in het derde lid, is gekoppeld aan een nog geldige Europese beroepskaart die werd verstrekt op grond van afdeling 2.1.1respectievelijk de artikelen 6en 7, verstrekt Onze minister die het aangaat aan de desbetreffende migrerende beroepsbeoefenaar een attest waaruit blijkt dat diens beroepskwalificaties zijn erkend als bedoeld in artikel 5 van de wetrespectievelijk dat de migrerende beroepsbeoefenaar aan de voorwaarden voldoet voor het tijdelijk en incidenteel verrichten van diensten in een gereglementeerd beroep als bedoeld in artikel 27 van de wet.