BWBR0038602
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 15
Algemeen besluit erkenning EU-beroepskwalificaties
1. Onze minister die het aangaat verlangt van de aanvrager een vertaling van een door de aanvrager in het kader van de aanvraag, bedoeld in artikel 12, eerste lid, verstrekt document in een door de andere betrokken staat, bedoeld in artikel 9, aanvaarde taal, indien het een document betreft als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdelen d en e. Indien de aanvrager geen vertaling verstrekt, wordt deze niet beschouwd als ontbrekend document als bedoeld in artikel 12, zesde lid.
2. Indien de bevoegde autoriteit in de andere betrokken staat, bedoeld in artikel 9, op grond van artikel 17, tweede lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/983 een vertaling verlangt van een document als bedoeld in artikel 13, eist Onze minister die het aangaat binnen een week na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de aanvrager de betreffende vertaling in een door de andere betrokken staat aanvaarde taal.
3. Indien Onze minister die het aangaat een beëdigde vertaling van een document verlangt, geldt als zodanig een beëdigde vertaling, afgegeven in een andere betrokken staat. Bij gegronde twijfel over de geldigheid of de authenticiteit van een in een andere betrokken staat beëdigde vertaling, verzoekt Onze minister die het aangaat de bevoegde autoriteit van de andere betrokken staat om aanvullende informatie.
2. Indien de bevoegde autoriteit in de andere betrokken staat, bedoeld in artikel 9, op grond van artikel 17, tweede lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/983 een vertaling verlangt van een document als bedoeld in artikel 13, eist Onze minister die het aangaat binnen een week na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de aanvrager de betreffende vertaling in een door de andere betrokken staat aanvaarde taal.
3. Indien Onze minister die het aangaat een beëdigde vertaling van een document verlangt, geldt als zodanig een beëdigde vertaling, afgegeven in een andere betrokken staat. Bij gegronde twijfel over de geldigheid of de authenticiteit van een in een andere betrokken staat beëdigde vertaling, verzoekt Onze minister die het aangaat de bevoegde autoriteit van de andere betrokken staat om aanvullende informatie.