BWBR0038602
Geldig vanaf 2016-10-11
Artikel 27
Algemeen besluit erkenning EU-beroepskwalificaties
1. Onze minister die het aangaat verlangt van de aanvrager een vertaling van een door de aanvrager in het kader van de aanvraag, bedoeld in artikel 26, eerste lid, verstrekt document in een door de andere betrokken staat, bedoeld in artikel 17, aanvaarde taal, indien het een document betreft als bedoeld in artikel 26, derde lid. Indien de aanvrager geen vertaling verstrekt, wordt deze niet beschouwd als ontbrekend document als bedoeld in artikel 12, zesde lid.
2. Indien de bevoegde autoriteit in de andere betrokken staat, bedoeld in artikel 17, op grond van artikel 17, tweede lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/983 een vertaling verlangt van een document als bedoeld in artikel 20of 26, derde lid, eist Onze minister die het aangaat binnen een week na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de aanvrager de betreffende vertaling in een door de andere betrokken staat aanvaarde taal.
3. Indien de bevoegde autoriteit in de andere betrokken staat zulks verlangt in het kader van een verzoek om aanvullende informatie als bedoeld in artikel 16, tweede lid, kan Onze minister die het aangaat van de aanvrager een gewone of beëdigde vertaling eisen van het bewijs van de nationaliteit van de aanvrager alsmede van documenten als bedoeld in:
a. artikel 20, eerste lid, onderdeel b;
b. artikel 23, derde lid, onderdelen b en e, van de wet, voor zover deze documenten zijn geëist op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel d.
4. Indien Onze minister die het aangaat een beëdigde vertaling van een document verlangt, geldt als zodanig een beëdigde vertaling, afgegeven in een andere betrokken staat. Bij gegronde twijfel over de geldigheid of de authenticiteit van een in een andere betrokken staat beëdigde vertaling, verzoekt Onze minister die het aangaat de bevoegde autoriteit van de andere betrokken staat om aanvullende informatie.
2. Indien de bevoegde autoriteit in de andere betrokken staat, bedoeld in artikel 17, op grond van artikel 17, tweede lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/983 een vertaling verlangt van een document als bedoeld in artikel 20of 26, derde lid, eist Onze minister die het aangaat binnen een week na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de aanvrager de betreffende vertaling in een door de andere betrokken staat aanvaarde taal.
3. Indien de bevoegde autoriteit in de andere betrokken staat zulks verlangt in het kader van een verzoek om aanvullende informatie als bedoeld in artikel 16, tweede lid, kan Onze minister die het aangaat van de aanvrager een gewone of beëdigde vertaling eisen van het bewijs van de nationaliteit van de aanvrager alsmede van documenten als bedoeld in:
a. artikel 20, eerste lid, onderdeel b;
b. artikel 23, derde lid, onderdelen b en e, van de wet, voor zover deze documenten zijn geëist op grond van artikel 20, eerste lid, onderdeel d.
4. Indien Onze minister die het aangaat een beëdigde vertaling van een document verlangt, geldt als zodanig een beëdigde vertaling, afgegeven in een andere betrokken staat. Bij gegronde twijfel over de geldigheid of de authenticiteit van een in een andere betrokken staat beëdigde vertaling, verzoekt Onze minister die het aangaat de bevoegde autoriteit van de andere betrokken staat om aanvullende informatie.