BWBR0020420
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 5
Besluit prudentiële regels Wft
1. De Nederlandsche Bank stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:9, eerste lid</a>, <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:11" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:11</a>, <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:13</a>, <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:37, derde lid en vierde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:47" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:47, eerste en vijfde lid</a>, of <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:99" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:99, eerste lid, van de wet</a>en van een persoon als bedoeld in artikel 17aa, vierde lid, buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de betrouwbaarheid van een persoon door de Nederlandsche Bank op grond van een verordening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/1:24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:24, derde lid, van de wet</a>.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de betrouwbaarheid van een persoon door de Nederlandsche Bank op grond van een verordening als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/1:24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1:24, derde lid, van de wet</a>.