BWBR0020420
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 106b
Besluit prudentiële regels Wft
1. De liquiditeit van een beleggingsonderneming als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:63" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:63, eerste lid, van de wet</a>is voldoende, indien wordt voldaan aan:
a. de liquiditeitsvereisten ingevolge deel 6 van de verordening kapitaalvereisten, indien het een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten betreft;
b. de liquiditeitsvereisten ingevolge deel 5 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, indien het een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen betreft.
2. Op beleggingsondernemingen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:65" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:65 van de wet</a>is van overeenkomstige toepassing:
a. het eerste lid, onderdeel a, voor zover het een beleggingsonderneming betreft waarop, indien zij haar zetel had gehad in een lidstaat, de verordening kapitaalvereisten van toepassing zou zijn;
b. het eerste lid, onderdeel b, voor zover het een beleggingsonderneming betreft waarop, indien zij haar zetel had gehad in een lidstaat, de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen van toepassing zou zijn.
3. Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe die tevens een beleggingsdienst verleent op grond van <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/2:67a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2:67a, tweede lid, van de wet</a>, respectievelijk <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/2:69c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2:69c, tweede lid, van de wet</a>.
a. de liquiditeitsvereisten ingevolge deel 6 van de verordening kapitaalvereisten, indien het een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten betreft;
b. de liquiditeitsvereisten ingevolge deel 5 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, indien het een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen betreft.
2. Op beleggingsondernemingen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:65" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:65 van de wet</a>is van overeenkomstige toepassing:
a. het eerste lid, onderdeel a, voor zover het een beleggingsonderneming betreft waarop, indien zij haar zetel had gehad in een lidstaat, de verordening kapitaalvereisten van toepassing zou zijn;
b. het eerste lid, onderdeel b, voor zover het een beleggingsonderneming betreft waarop, indien zij haar zetel had gehad in een lidstaat, de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen van toepassing zou zijn.
3. Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing op een beheerder van een beleggingsinstelling of een beheerder van een icbe die tevens een beleggingsdienst verleent op grond van <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/2:67a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2:67a, tweede lid, van de wet</a>, respectievelijk <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/2:69c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2:69c, tweede lid, van de wet</a>.