BWBR0020420
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 108
Besluit prudentiële regels Wft
1. De vereiste liquiditeit van een clearinginstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:63" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:63, eerste lid, van de wet</a>bedraagt de som van de gewogen uitgaande kasstromen op basis van de kalenderposten, vermeerderd met de niet in de vervalkalender opgenomen gewogen toevertrouwde middelen en overige posten die opgevraagd kunnen worden of tot een betalingsverplichting kunnen leiden, gedurende de weekperiode respectievelijk de maandperiode.
2. De vereiste liquiditeit van een kredietunie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:63" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:63 van de wet</a>bedraagt de som van de gewogen uitgaande kasstromen op basis van de kalenderposten, vermeerderd met de niet in de vervalkalender opgenomen gewogen toevertrouwde middelen en overige posten die opgevraagd kunnen worden of tot een betalingsverplichting kunnen leiden, gedurende de maandperiode.
3. De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de in het eerste en tweede lid bedoelde posten en de weging daarvan.
2. De vereiste liquiditeit van een kredietunie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:63" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:63 van de wet</a>bedraagt de som van de gewogen uitgaande kasstromen op basis van de kalenderposten, vermeerderd met de niet in de vervalkalender opgenomen gewogen toevertrouwde middelen en overige posten die opgevraagd kunnen worden of tot een betalingsverplichting kunnen leiden, gedurende de maandperiode.
3. De Nederlandsche Bank stelt regels met betrekking tot de in het eerste en tweede lid bedoelde posten en de weging daarvan.