BWBR0020420
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 24a2
Besluit prudentiële regels Wft
1. Indien een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen die eerst niet kwalificeerde als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, op enig moment wel als zodanig kwalificeert dan mag zij aan de artikelen 23, 23aen 23bvan dit besluit, de <a href="/wet/BWBR0020421/artikel/29a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 29a, vierde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0020421/artikel/31ga" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">31ga van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft</a>en <a href="/wet/BWBR0035575/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van het Besluit uitvoering publicatieverplichtingen richtlijnen kapitaalvereisten</a>en prudentieel toezicht beleggingsondernemingen voldoen als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming zodra een periode van zes aaneengesloten maanden is verstreken vanaf de datum waarop zij voor het eerst als zodanig heeft gekwalificeerd, zij gedurende die periode doorlopend als zodanig heeft gekwalificeerd en mits zij de Nederlandsche Bank daarvan in kennis heeft gesteld.
2. Indien een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen niet langer kwalificeert als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, dan stelt zij de Nederlandsche Bank daarvan in kennis en voldoet zij binnen twaalf maanden na de datum waarop zij niet meer als zodanig kwalificeert aan de artikelen 23, 23aen 23bvan dit besluit, de <a href="/wet/BWBR0020421/artikel/29a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 29a, vierde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0020421/artikel/31ga" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">31ga van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft</a>en <a href="/wet/BWBR0035575/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van het Besluit uitvoering publicatieverplichtingen richtlijnen kapitaalvereisten</a>en prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, als beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming.
2. Indien een beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen niet langer kwalificeert als kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, dan stelt zij de Nederlandsche Bank daarvan in kennis en voldoet zij binnen twaalf maanden na de datum waarop zij niet meer als zodanig kwalificeert aan de artikelen 23, 23aen 23bvan dit besluit, de <a href="/wet/BWBR0020421/artikel/29a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 29a, vierde lid</a>, en <a href="/wet/BWBR0020421/artikel/31ga" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">31ga van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft</a>en <a href="/wet/BWBR0035575/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van het Besluit uitvoering publicatieverplichtingen richtlijnen kapitaalvereisten</a>en prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, als beleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming.