BWBR0020420
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 105f
Besluit prudentiële regels Wft
1. De vereiste omvang van de kapitaalbuffer, bedoeld in artikel 105, wordt gedekt door tier 1-kernkapitaal als bedoeld in artikel 50 van de verordening kapitaalvereisten.
2. Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van de minimumomvang van het toetsingsvermogen ingevolge artikel 59, derde lid.
3. Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:62a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:62a, eerste lid, van de wet</a>, beschikt over voldoende kapitaal dat naar aard, omvang en samenstelling noodzakelijk is om zowel te voldoen aan de kapitaalbuffer, als aan elk van de in artikel 92, eerste lid, onderdeel a tot en met c, van de verordening kapitaalvereisten genoemde kapitaalratio’s en aan de hogere eisen van solvabiliteit opgelegd op grond van <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:111a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:111a, tweede lid, onderdeel a, van de wet</a>, ter ondervanging van andere risico's dan het risico van buitensporige hefboomwerking.
4. Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van de in artikel 92, eerste lid, onderdeel a tot en met c, van de verordening kapitaalvereisten genoemde kapitaalratio’s of de hogere eisen van solvabiliteit en liquiditeit opgelegd op basis van <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:111a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:111a, tweede lid, onderdeel a, van de wet</a>, ter ondervanging van andere risico’s dan het risico van buitensporige hefboomwerking, of ter dekking van de door de Nederlandsche Bank op grond van <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:111aa" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:111aa, eerste lid, van de wet</a>, medegedeelde richtsnoeren voor het ondervangen van andere risico's dan het risico van buitensporige hefboomwerking.
5. Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van een van de componenten van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van een van de andere componenten van de kapitaalbuffer.
6. Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van de risicogebaseerde onderdelen van de vereisten uit de artikelen 92 bis en 92 ter van de verordening kapitaalvereisten en de artikelen 45 quater en 45 quinquies van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.
2. Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van de minimumomvang van het toetsingsvermogen ingevolge artikel 59, derde lid.
3. Een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:62a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:62a, eerste lid, van de wet</a>, beschikt over voldoende kapitaal dat naar aard, omvang en samenstelling noodzakelijk is om zowel te voldoen aan de kapitaalbuffer, als aan elk van de in artikel 92, eerste lid, onderdeel a tot en met c, van de verordening kapitaalvereisten genoemde kapitaalratio’s en aan de hogere eisen van solvabiliteit opgelegd op grond van <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:111a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:111a, tweede lid, onderdeel a, van de wet</a>, ter ondervanging van andere risico's dan het risico van buitensporige hefboomwerking.
4. Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van de in artikel 92, eerste lid, onderdeel a tot en met c, van de verordening kapitaalvereisten genoemde kapitaalratio’s of de hogere eisen van solvabiliteit en liquiditeit opgelegd op basis van <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:111a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3:111a, tweede lid, onderdeel a, van de wet</a>, ter ondervanging van andere risico’s dan het risico van buitensporige hefboomwerking, of ter dekking van de door de Nederlandsche Bank op grond van <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:111aa" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:111aa, eerste lid, van de wet</a>, medegedeelde richtsnoeren voor het ondervangen van andere risico's dan het risico van buitensporige hefboomwerking.
5. Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van een van de componenten van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van een van de andere componenten van de kapitaalbuffer.
6. Het tier 1-kernkapitaal dat wordt aangehouden ter dekking van de kapitaalbuffer dient niet tevens ter dekking van de risicogebaseerde onderdelen van de vereisten uit de artikelen 92 bis en 92 ter van de verordening kapitaalvereisten en de artikelen 45 quater en 45 quinquies van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen.