BWBR0020420
Geldig vanaf 2016-01-01
Artikel 139
Besluit prudentiële regels Wft
Tot de liquide middelen van een vennootschap als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020368/artikel/3:96" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:96, derde lid, van de wet</a>worden uitsluitend gerekend:
a. aanwezige munten of bankbiljetten;
b. direct opvorderbare tegoeden;
c. kortlopende vorderingen die geen direct opvorderbare tegoeden zijn; en
d. activa die geen kortlopende vorderingen zijn en die op zeer korte termijn en zonder substantiële verliezen kunnen worden omgezet in munten of bankbiljetten of direct opvorderbare tegoeden.
a. aanwezige munten of bankbiljetten;
b. direct opvorderbare tegoeden;
c. kortlopende vorderingen die geen direct opvorderbare tegoeden zijn; en
d. activa die geen kortlopende vorderingen zijn en die op zeer korte termijn en zonder substantiële verliezen kunnen worden omgezet in munten of bankbiljetten of direct opvorderbare tegoeden.