BWBR0014168
Geldig vanaf 2022-10-13
Artikel 45f
Mijnbouwwet
1. Een eigenaar van een niet-productie-installatie stelt een rapport inzake grote gevaren op voor de niet-productie-installatie en dient het bij de inspecteur-generaal der mijnen.
2. Het rapport inzake grote gevaren behoeft de instemming van de inspecteur-generaal der mijnen.
3. Een eigenaar van een niet-productie-installatie start niet met activiteiten op een niet-productie-installatie, waaronder gecombineerde activiteiten of boorgatactiviteiten, met uitzondering van verkenningsonderzoek, of zet deze activiteiten niet voort voordat de inspecteur-generaal der mijnen heeft ingestemd met het rapport inzake grote gevaren voor de betreffende niet-productie-installatie.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de indiening van en de instemming met het rapport inzake grote gevaren.
2. Het rapport inzake grote gevaren behoeft de instemming van de inspecteur-generaal der mijnen.
3. Een eigenaar van een niet-productie-installatie start niet met activiteiten op een niet-productie-installatie, waaronder gecombineerde activiteiten of boorgatactiviteiten, met uitzondering van verkenningsonderzoek, of zet deze activiteiten niet voort voordat de inspecteur-generaal der mijnen heeft ingestemd met het rapport inzake grote gevaren voor de betreffende niet-productie-installatie.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de indiening van en de instemming met het rapport inzake grote gevaren.