BWBR0014168
Geldig vanaf 2022-10-13
Artikel 149
Mijnbouwwet
1. Indien de houder van een winningsvergunning als bedoeld in artikel 143of zijn rechtsvoorganger voor de inwerkingtreding van deze wet een overeenkomst met de staat heeft gesloten omtrent het opslaan van stoffen, waarvoor bij de inwerkingtreding van deze wet op grond van artikel 25een vergunningsplicht geldt, verkrijgt de houder op dat moment van rechtswege een opslagvergunning.
2. Onze Minister stelt binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet de bij de vergunning behorende beperkingen en voorschriften vast. De beperkingen en voorschriften worden afgestemd op de in het eerste lid bedoelde overeenkomst. De overeenkomst vervalt op het tijdstip waarop de beperkingen en voorschriften onherroepelijk van kracht worden.
3. Artikel 26, derde lid, alsmede hoofdstuk 3azijn niet van toepassing op de houder van een winningsvergunning als bedoeld in het eerste lid.
2. Onze Minister stelt binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet de bij de vergunning behorende beperkingen en voorschriften vast. De beperkingen en voorschriften worden afgestemd op de in het eerste lid bedoelde overeenkomst. De overeenkomst vervalt op het tijdstip waarop de beperkingen en voorschriften onherroepelijk van kracht worden.
3. Artikel 26, derde lid, alsmede hoofdstuk 3azijn niet van toepassing op de houder van een winningsvergunning als bedoeld in het eerste lid.