BWBR0014168
Geldig vanaf 2022-10-13
Artikel 31g
Mijnbouwwet
1. De houder van een vergunning voor permanent opslaan van CO 2of, indien de vergunning door meerdere personen wordt gehouden, een aangewezen persoon als bedoeld in artikel 22verstrekt ten minste elk jaar aan Onze Minister de volgende gegevens:
a. de resultaten van de monitoring van de opgeslagen CO2 met vermelding van de gebruikte technologie,
b. de hoeveelheden en kenmerken van de geleverde en opgeslagen CO2-stromen met vermelding van de samenstelling van deze stromen,
c. het bewijs dat financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening is gesteld en aangehouden, en
d. andere gegevens die Onze Minister van belang acht voor het beoordelen van de belangen genoemd in artikel 27, eerste lid, onderdelen a, b en c, en derde lid, onderdeel b, en voor het vergroten van de kennis van het CO2-gedrag in het opslagvoorkomen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en tijdstip van verstrekking.
a. de resultaten van de monitoring van de opgeslagen CO2 met vermelding van de gebruikte technologie,
b. de hoeveelheden en kenmerken van de geleverde en opgeslagen CO2-stromen met vermelding van de samenstelling van deze stromen,
c. het bewijs dat financiële zekerheid of een gelijkwaardige voorziening is gesteld en aangehouden, en
d. andere gegevens die Onze Minister van belang acht voor het beoordelen van de belangen genoemd in artikel 27, eerste lid, onderdelen a, b en c, en derde lid, onderdeel b, en voor het vergroten van de kennis van het CO2-gedrag in het opslagvoorkomen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de gegevens, bedoeld in het eerste lid, en tijdstip van verstrekking.