BWBR0014168
Geldig vanaf 2022-10-13
Artikel 31c
Mijnbouwwet
1. Onze Minister zendt een aanvraag om een vergunning voor permanent opslaan van CO 2die voldoet aan artikel 31bmet de daarbij behorende stukken binnen een maand na de ontvangst daarvan aan de Europese Commissie.
2. Onze Minister zendt het ontwerp van een vergunning voor permanent opslaan van CO 2met de daarbij behorende stukken voor advies aan de Europese Commissie binnen zes maanden:
a. na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 26b, derde lid, of
b. na ontvangst van de aanvraag om de vergunning indien artikel 26a, eerste lid, van toepassing is.
3. Onze Minister neemt een besluit op een aanvraag binnen uiterlijk tien maanden na de ontvangst van de aanvraag.
4. Onze Minister kan de termijnen, genoemd in het tweede en derde lid, eenmaal met ten hoogste zes maanden verlengen.
5. Van een beschikking tot verlening van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
6. Onze Minister zendt afschrift van het besluit omtrent de aanvraag ter kennisneming naar de Europese Commissie. Een afwijking van het advies, bedoeld in het tweede lid, wordt met redenen omkleed.
2. Onze Minister zendt het ontwerp van een vergunning voor permanent opslaan van CO 2met de daarbij behorende stukken voor advies aan de Europese Commissie binnen zes maanden:
a. na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 26b, derde lid, of
b. na ontvangst van de aanvraag om de vergunning indien artikel 26a, eerste lid, van toepassing is.
3. Onze Minister neemt een besluit op een aanvraag binnen uiterlijk tien maanden na de ontvangst van de aanvraag.
4. Onze Minister kan de termijnen, genoemd in het tweede en derde lid, eenmaal met ten hoogste zes maanden verlengen.
5. Van een beschikking tot verlening van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
6. Onze Minister zendt afschrift van het besluit omtrent de aanvraag ter kennisneming naar de Europese Commissie. Een afwijking van het advies, bedoeld in het tweede lid, wordt met redenen omkleed.