BWBR0014168
Geldig vanaf 2022-10-13
Artikel 24ai
Mijnbouwwet
1. Onze Minister beslist op een aanvraag om een vervolgvergunning aardwarmte binnen twaalf weken na de ontvangst van de aanvraag.
2. Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen.
3. Indien <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van toepassing is, beslist Onze Minister, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht</a>en het eerste lid, op een aanvraag om een vervolgvergunning aardwarmte binnen 32 weken na de ontvangst daarvan.
4. Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het derde lid, eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen.
5. Van een beschikking tot verlening van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
2. Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen.
3. Indien <a href="/wet/BWBR0005537" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht</a>van toepassing is, beslist Onze Minister, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/3:18" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht</a>en het eerste lid, op een aanvraag om een vervolgvergunning aardwarmte binnen 32 weken na de ontvangst daarvan.
4. Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het derde lid, eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen.
5. Van een beschikking tot verlening van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.