BWBR0014168
Geldig vanaf 2022-10-13
Artikel 31a
Mijnbouwwet
1. Ten aanzien van een opslagvergunning zijn de artikelen 14, 16, 17, 19, 21, met uitzondering van het vierde lid, en 22van overeenkomstige toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid zijn op vergunningen voor permanent opslaan van CO 2uitsluitend de artikelen 14, 16en 22van overeenkomstige toepassing.
3. Ten aanzien van een vergunning voor opsporen van CO 2-opslagcomplexen zijn de artikelen 9, eerste tot en met derde lid, 11, tweede, derde en vierde lid, 12, 13, tweede lid, 14, 16, 17, 18met dien verstande dat voor «andere delfstoffen» wordt gelezen «andere stoffen», 19, 20met dien verstande dat in het eerste lid, tweede volzin, voor «Artikel 7, tweede lid» wordt gelezen «Artikel 26, zesde en zevende lid», 21, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, en 22van overeenkomstige toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid zijn op vergunningen voor permanent opslaan van CO 2uitsluitend de artikelen 14, 16en 22van overeenkomstige toepassing.
3. Ten aanzien van een vergunning voor opsporen van CO 2-opslagcomplexen zijn de artikelen 9, eerste tot en met derde lid, 11, tweede, derde en vierde lid, 12, 13, tweede lid, 14, 16, 17, 18met dien verstande dat voor «andere delfstoffen» wordt gelezen «andere stoffen», 19, 20met dien verstande dat in het eerste lid, tweede volzin, voor «Artikel 7, tweede lid» wordt gelezen «Artikel 26, zesde en zevende lid», 21, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, en 22van overeenkomstige toepassing.