BWBR0014168
Geldig vanaf 01-01-2026
Artikel 31a
Mijnbouwwet
1. Ten aanzien van een opslagvergunning zijn de artikelen 14, 16, 17, 19, 21, met uitzondering van het vierde lid, en 22 van overeenkomstige toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid zijn op vergunningen voor permanent opslaan van CO2 uitsluitend de artikelen 14, 16 en 22 van overeenkomstige toepassing.
3. Ten aanzien van een vergunning voor opsporen van CO2-opslagcomplexen zijn de artikelen 9, eerste tot en met derde lid, 11, tweede, derde en vierde lid, 12, 13, 14, 16, 17, 18 met dien verstande dat voor «andere delfstoffen» wordt gelezen «andere stoffen», 19, 20 met dien verstande dat in het eerste lid, tweede volzin, voor «Artikel 7, tweede lid» wordt gelezen «Artikel 26, zesde en zevende lid», 21, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, en 22 van overeenkomstige toepassing.
2. In afwijking van het eerste lid zijn op vergunningen voor permanent opslaan van CO2 uitsluitend de artikelen 14, 16 en 22 van overeenkomstige toepassing.
3. Ten aanzien van een vergunning voor opsporen van CO2-opslagcomplexen zijn de artikelen 9, eerste tot en met derde lid, 11, tweede, derde en vierde lid, 12, 13, 14, 16, 17, 18 met dien verstande dat voor «andere delfstoffen» wordt gelezen «andere stoffen», 19, 20 met dien verstande dat in het eerste lid, tweede volzin, voor «Artikel 7, tweede lid» wordt gelezen «Artikel 26, zesde en zevende lid», 21, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid, en 22 van overeenkomstige toepassing.
- Wet
- Mijnbouwwet
- Citeren als
- Art. 31a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014168
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl