BWBR0014168
Geldig vanaf 2022-10-13
Artikel 4
Mijnbouwwet
De rechthebbende ten aanzien van de oppervlakte van de aardbodem, die een gedoogplicht heeft als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/10.9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10.9 van de Omgevingswet</a>, heeft recht op een door Onze Minister vast te stellen vergoeding voor het gebruik van de oppervlakte van de houder van een vergunning voor het opsporen van CO 2-opslagcomplexen, het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte, dan wel het opslaan van stoffen, onverminderd het recht dat de rechthebbende ten aanzien van de oppervlakte heeft op vergoeding van de door deze activiteiten veroorzaakte schade, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">afdeling 15.2 van de Omgevingswet</a>. De hoogte van de vergoeding voor het gebruik is afhankelijk van de impact van het mijnbouwwerk op de gebruiksrechten en waarde van de oppervlakte voor de rechthebbende ten aanzien van de oppervlakte.