BWBR0014168
Geldig vanaf 2022-10-13
Artikel 48
Mijnbouwwet
1. Onze Minister kan bepalen dat de beheerder van een kabel of pijpleiding als bedoeld in artikel 45binnen een door Onze Minister vast te stellen termijn zekerheid stelt aan de Staat der Nederlanden voor het schoon en veilig achterlaten of het verwijderen van een kabel of pijpleiding.
2. De zekerheid wordt gesteld vanaf een tijdstip, voor een bedrag, met een termijn en op een wijze die Onze Minister voldoende acht.
3. Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen voor de handhaving van het eerste lid.
4. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de houder van een ontheffing voor het verwijderen van een kabel of pijpleiding als bedoeld in artikel 45, derde lid, in samenhang met artikel 44b, eerste lid.
2. De zekerheid wordt gesteld vanaf een tijdstip, voor een bedrag, met een termijn en op een wijze die Onze Minister voldoende acht.
3. Onze Minister kan een last onder dwangsom opleggen voor de handhaving van het eerste lid.
4. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de houder van een ontheffing voor het verwijderen van een kabel of pijpleiding als bedoeld in artikel 45, derde lid, in samenhang met artikel 44b, eerste lid.