BWBR0011282
Geldig vanaf 2000-04-27
Artikel 9
Bijdrageregeling ‘Digitaal Trapveld’
1. De gemeente registreert gedurende de periode dat het Digitaal Trapveld operationeel is, jaarlijks de behaalde resultaten op het gebied van de doelstellingen, bedoeld in artikel 3, en stelt deze gegevens ter beschikking aan de minister voor tussentijdse kennisuitwisseling. De gemeente gebruikt hiervoor de volgende indicatoren:
· Het percentage wijkbewoners dat jaarlijks in het Digitaal Trapveld kennis maakt met Informatie- en Communicatietechnologie / Internet;
· Het percentage wijkbewoners dat jaarlijks gebruik maakt van de faciliteiten van het Digitaal Trapveld gericht op verbetering van de arbeidsmarktpositie;
De gemeente bepaalt zelf een op de lokale situatie toegesneden indicator voor de versterking van de sociale cohesie in de wijk. De gemeenten Almelo, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, ‘s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo en Zwolle kunnen hiervoor aansluiten bij de meetbare doelstelling ’versterken sociale infrastructuur’, aangegeven in de Meerjaren Ontwikkelings Programma’s Grotestedenbeleid 1999-2003/2004 en de gemeenten Alkmaar, Amersfoort, Emmen, Lelystad en Zaanstad kunnen hiervoor aansluiten bij de doelstellingen zoals geformuleerd in de wijkplannen 2000 - 2003.
2. Het gemeentebestuur brengt uiterlijk 15 juli 2005 aan de minister verslag uit over de besteding van de bijdrage, waarin de rijksbijdrage, de middelen van de gemeente en van derden en de kosten herkenbaar zijn terug te vinden.
3. Het financieel verslag, bedoeld in het tweede lid, maakt deel uit van de rekening bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewetderde lid. Het verslag is voorzien van een accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet.
· Het percentage wijkbewoners dat jaarlijks in het Digitaal Trapveld kennis maakt met Informatie- en Communicatietechnologie / Internet;
· Het percentage wijkbewoners dat jaarlijks gebruik maakt van de faciliteiten van het Digitaal Trapveld gericht op verbetering van de arbeidsmarktpositie;
De gemeente bepaalt zelf een op de lokale situatie toegesneden indicator voor de versterking van de sociale cohesie in de wijk. De gemeenten Almelo, Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Deventer, Dordrecht, Eindhoven, Enschede, Groningen, Haarlem, Heerlen, Helmond, Hengelo, ‘s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam, Tilburg, Utrecht, Venlo en Zwolle kunnen hiervoor aansluiten bij de meetbare doelstelling ’versterken sociale infrastructuur’, aangegeven in de Meerjaren Ontwikkelings Programma’s Grotestedenbeleid 1999-2003/2004 en de gemeenten Alkmaar, Amersfoort, Emmen, Lelystad en Zaanstad kunnen hiervoor aansluiten bij de doelstellingen zoals geformuleerd in de wijkplannen 2000 - 2003.
2. Het gemeentebestuur brengt uiterlijk 15 juli 2005 aan de minister verslag uit over de besteding van de bijdrage, waarin de rijksbijdrage, de middelen van de gemeente en van derden en de kosten herkenbaar zijn terug te vinden.
3. Het financieel verslag, bedoeld in het tweede lid, maakt deel uit van de rekening bedoeld in artikel 197 van de Gemeentewetderde lid. Het verslag is voorzien van een accountantsverklaring, bedoeld in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet.